Voortvarend optreden van de bank vereist ter voorkoming van schade en aansprakelijkheid wegens schenden zorgplicht

Een man registreert een eenmanszaak onder de naam Ups (Consultancy) en opent een zakelijke rekening bij ING. Aangegeven is dat daarop geen grote bedragen zullen binnenkomen. Korte tijd later ontvangt Foot Locker intern een verzoek tot wijziging van het rekeningnummer van UPS waarop Foot Locker de rekeningen van UPS voldeed. In een tijdspanne van enkele weken betaalt Foot Locker vervolgens in totaal € 1.926.581,02 op de rekening van Ups. ING signaleert daarop diverse contante opnames en aanmerkelijke overboekingen naar buitenlandse rekeningen. Na enkele interne alerts volgt een melding bij de FIU vanwege verdachte transacties, deze passen niet in het klantbeeld van een coaching bureau. ING blokkeert de rekening echter niet. Nader onderzoek leidt tot vragen aan de rekeninghouder. Deze reageert – vertraagd – met de mededeling dat hij agent is van Foot Locker en commissie ontvangt. Na een fraudemelding door Foot Locker blokkeert ING alsnog de rekening. Foot Locker doet voorts aangifte van oplichting, verduistering en witwassen hetgeen leidt tot veroordeling van de man tot betaling van ruim € 1.8 miljoen aan Foot Locker. Ook stelt Foot Locker ING aansprakelijk voor de door haar geleden schade, wegens schending van de zorgplicht. Volgens Foot Locker had ING al bij de eerste alert de rekening moeten blokkeren toen duidelijk was dat er sprake was van ongebruikelijke transacties. Foot Locker vordert – met verwijzing naar het Safe Haven arrest (NJ 2006/286 ) haar schade onder het verwijt dat ING niet heeft ingegrepen, hoewel ING op grond de eigen algemene voorwaarden opdrachten kan weigeren in geval van onregelmatigheden.

De Rechtbank overweegt dat ING de vereisten van WFT en WwFT voldoende in acht nam. De maatschappelijke functie van de bank brengt een bijzondere zorgplicht met zich voor derden met wier belangen de bank rekening behoort te houden in het maatschappelijke verkeer. Als zij zich bewust is/moest zijn van gevaar of risico’s, mag zij niet stil blijven zitten. Voor het kunnen aannemen van zorgplichtschending, en daarmee aansprakelijkheid, is vereist dat (medewerkers van de bank) subjectieve wetenschap ten aanzien van ongebruikelijk verloop van transacties op de rekening van een frauderende rekeninghouder hebben. Ook moet de bank op de hoogte zijn van potentiele risico’s van derden. De bank stelt dat die wetenschap ontbrak en dat zij slechts ongebruikelijke transacties opmerkte. De Rechtbank volgt dat standpunt deels; na drie alerts en melding bij de FIU kan echter worden afgeleid dat ING beschikte over meer informatie. Die informatie was voor ING kennelijk aanleiding tot twijfel over de toelaatbaarheid van de activiteiten op de rekening van Ups. Subjectieve wetenschap neemt de Rechtbank in ieder geval aan nadat de ING vast stelde dat een mismatch in het klantbeeld en de transacties bestond. Het enkel verzenden van een verzoek om informatie is volgens de Rechtbank onvoldoende voortvarend. Voor (de medewerkers van) ING moest duidelijk zijn dat – in geval van fraude – de schade voor de benadeelden snel zou oplopen. Nu de bank naliet om meer voortvarend op te treden schond zij de op haar rustende zorgplicht en is de bank aansprakelijk voor de daardoor geleden schade. De (algemene) omvang van het dagelijks betalingsverkeer en vele meldingen van ongebruikelijke transacties vormt geen aanleiding om de handelwijze van ING anders te beoordelen. De belangen van een door fraude benadeelde zijn groot. Het instellen van voortvarender onderzoek door ING stelt geen onaanvaardbare eisen aan de bank. ING verweert zich nog met een beroep op eigen schuld. Foot Locker had kennelijk niet een procedure tot verificatie van verzoeken tot wijziging van betaalrekeningnummers. Evenmin controleerde men rekeningnummers bij betaling van grotere bedragen. Dit zijn omstandigheden die ex artikel 6:101 BW aan Foot Locker kunnen worden tegengeworpen. Van een groot internationaal opererend bedrijf mag worden verwacht dat zij adequate interne procedures hanteert ter voorkoming van fraude. Toerekening van 50% eigen schuld acht de Rechtbank billijk.

Mr Robert Lonis, augustus 2017

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.