Vermindering schadevergoedingsplicht Staat bij schade wegens rechtmatig strafvorderlijk optreden? Hoge Raad: Nee, toerekeningsregel buiten toepassing

De eigenaar van een bedrijfsruimte verhuurt deze ruimte aan een derde. De huurovereenkomst bevat een bepaling die expliciet verbiedt verdovende middelen in het pand aanwezig te hebben. Handelen in strijd met deze bepaling leidt tot schadeplichtigheid en ontbinding van de huurovereenkomst. Op verdenking van de aanwezigheid van harddrugs treedt de politie in opdracht van de officier van justitie binnen en treft 325 kilo heroïne aan. Conform het bepaalde in de huurovereenkomst eindigt de huur. De verhuurder verrekent de waarborgsom met gederfde huurtermijnen. De verhuurder spreekt vervolgens de Staat aan wegens onrechtmatig handelen en vordert vergoeding van de schade van € 6.537,60 alsmede een verklaring voor recht. De wijze van binnentreden bracht aan de het gehuurde disproportionele schade toe, welke schade buiten het normale maatschappelijke/bedrijfsrisico van de verhuurder valt. Op grond van het beginsel van gelijkheid voor de openbare lasten (égalité devant les charges publiques) acht de verhuurder de Staat voor de schade aansprakelijk. De kantonrechter wijst de vorderingen van de verhuurder toe. Het Hof bekrachtigt en verwijst daarbij naar het arrest Staat/Lavrijssen (Hoge Raad 30 maart 2001, NJ 2003/615 ). Op grond daarvan is volgens het Hof gegeven dat de Staat in beginsel aansprakelijk is voor de geleden schade. Bij beoordeling van de vraag of de verplichting tot schadevergoeding moet worden verminderd of geheel kan vervallen, is volgens het Hof naast de toepassing van artikel 6: 101 BW noch plaats voor, noch behoefte aan een afzonderlijke toetsing aan de hand van de vraag of bepaalde omstandigheden al dan niet tot het maatschappelijk risico van de benadeelde behoren.

In cassatie ligt (slechts) de vraag voor of de vergoedingsplicht van de Staat moet worden verminderd op de voet van het bepaalde in artikel 6: 101 BW en in het bijzonder of artikel 6: 101 lid 2 BW dan meebrengt dat omstandigheden die kunnen worden toegerekend aan de huurder in casu kunnen worden toegerekend aan de verhuurder. Artikel 6: 101 lid 1 BW ziet op het geval dat schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde is toe te rekenen. De vergoedingsplicht verdeelt men dan naar evenredigheid over benadeelde en schadeplichtige. Artikel 6: 101 lid 2 BW ziet op de vergoedingsplicht voor schade aan zaken die een derde voor de benadeelde in zijn macht had. Omstandigheden die aan de derde kunnen worden toegerekend, rekent men alsdan bij toepassing van lid 1 toe aan de benadeelde. De Hoge Raad overweegt dat aangenomen moet worden dat bij de invoering van het tweede lid de wetgever niet het oog heeft gehad op gevallen waarbij de Staat voor schade als gevolg van rechtmatig strafvorderlijk optreden aansprakelijk is. Uitgangspunt is dat veroorzaakte schade aan zaken van een ander dan de verdachte niet tot de normale risicosfeer van de benadeelde behoort. De toerekeningsregel van lid 2 verdraagt zich daarmee niet, omdat dat immers met zich kan brengen dat omstandigheden die toerekenbaar zijn aan de verdachte die de beschadigde zaak in zijn macht had (toch) voor rekening van de ander als benadeelde komen. De Hoge Raad oordeelt dat, anders dan nog tot uitgangspunt is genomen in het arrest Wherestad (Hoge Raad, 2 oktober 2009, NJ 2010/95 ), in gevallen waarin de Staat wegens rechtmatig strafvorderlijk optreden aansprakelijk is voor schade aan zaken van een ander dan de verdachte, bij de beoordeling van de vraag of vergoedingsplicht van de Staat op de voet van artikel 6: 101 lid 1 BW moet worden verminderd of zelfs geheel vervalt, het tweede lid van die bepaling buiten toepassing moet blijven.

Mr. Robert Lonis, november 2017

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.