Vergoeding van negatieve rente; how low can you go?

Op 11 mei jl. heeft de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening van het KIFID een interessante uitspraak gedaan in een zaak waarbij de klant (een consument) van de bank een bedrag vorderde in verband met de lage rentestand.

Tussen de klant en de bank was een geldleningsovereenkomst gesloten voor een bedrag in Zwitserse Franks gelijk aan de tegenwaarde van € 300.000,00. Als zekerheid voor de terugbetaling was ten behoeve van de bank een hypotheek op de woning van de klant gevestigd. De door de klant verschuldigde rente werd berekend op basis van de LIBOR voor Zwitserse Franks (CHF LIBOR), verhoogd met een opslag van 0,7%.

Begin 2015 liet de Zwitserse overheid de koppeling tussen de Euro en Zwitserse Frank los. Dat zorgde voor een koersstijging van de Zwitserse Frank ten opzichte van de Euro, waardoor de op grond van de geldleningsovereenkomst verschuldigde hoofdsom in Zwitserse Franks uitgedrukt in Euro’s, aanzienlijk toenam. Anderzijds was het gevolg dat het CHF LIBOR tarief daalde naar ruim 1% negatief. Hierdoor kwam de maandelijks door de klant verschuldigde vergoeding uit op -0,3%. De klant vorderde daarop de betaling daarvan. De bank weigerde dat.

De bank stelde zich op het standpunt dat, indien de verschuldigde basisrente vermeerderd met de overeengekomen opslag van 0,7% resulteert in een negatief percentage, het rentetarief voor de lening 0% dient te bedragen. Daarin werd de bank echter niet gevolgd door het KIFID. Of ook sprake kan zijn van een negatieve rentevergoeding hangt af van de vraag wat partijen over en weer op grond van de overeenkomst mochten verwachten. De gesloten overeenkomst bepaalde hier echter niets over. De Geschillencommissie oordeelde dat negatieve rente binnen het financieel systeem op zich niet is uitgesloten en dat de aard van de kredietovereenkomst zich ook niet verzette tegen het vergoeden van een negatieve rente. Dat beide partijen bij het aangaan van de kredietovereenkomst geen rekening hadden gehouden met een negatieve rente, maakt dat niet anders. De Geschillencommissie oordeelde uiteindelijk dat de negatieve rente zich in dit geval feitelijk vertaalde in een betalingsverplichting van de bank aan de klant.

Mr. Sjakko van Raaijen – sectie ondernemingsrecht – mei 2016

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Vestiging Almere​

Versterkerstraat 4B
Postbus 10058
1301 AB Almere

T: 036 5346220 F: 036 5345984
E: advocaten@okkerse-schop.nl

Vestiging Lelystad

Zilverparkkade 6
Postbus 155
8200 AD Lelystad

T: 0320 289888 F: 0320 220155
E: advocaten@okkerse-schop.nl

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.