Van ruilen komt huilen oftewel, beter een goede buur dan een beroep op verjaring!

Hof ‘s‐Hertogenbosch, 20 december 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:5595 ‐ Op SmartNewz sinds: 22 december 2016

Een vordering wegens onverschuldigde betaling verjaart vijf jaren na aanvang van de dag volgende op die waarop de schuldeiser zowel met het bestaan van zijn vordering als met de persoon van de ontvanger bekend is geworden. Kennisgeving door het kadaster over bij ruilverkaveling betrokken perceeldelen leidt tot bekendheid en daarmee aanvang van deze verjaringstermijn. Een overeenkomst van ruiling met mogelijk een andersluidende strekking maakt dat niet anders nu daar inhoudelijk niet over is gesproken. De rechtbank wijst de subsidiaire vordering toe en passeert het beroep op verjaring en rechtsverwerking. In hoger beroep werpt de buur meerdere grieven op.

Het hof oordeelt dat de verjaringstermijn van artikel 3:309 BW van toepassing is. De uitleg van deze bepaling in de rechtspraak gaat uit dat het moment van aanvang van de verjaringstermijn, te weten bekendheid zowel met het bestaan van zijn vordering als met de persoon van de ontvanger van een onverschuldigde betaling, aanvangt als de schuldeiser daadwerkelijk in staat is een rechtsvordering tot terugbetaling in te stellen. Dit valt in casu samen met het moment van ontvangst van de brief van het kadaster. De dagvaarding is binnen vijf jaren na die datum uitgebracht, zodat de verjaring tijdig is gestuit. De uitleg die de andere
buur geeft aan de uiterlijke datum van betaling per 1 augustus 2008 in de ruilverkavelingsovereenkomst maakt dat oordeel niet anders. Daarbij stelt het Hof nog dat door deze buur ook niet is gesteld dat op die fatale datum bij de betaler bekend was dat hij teveel en dus onverschuldigd betaalde. Het Hof neemt aan dat vast staat dat partijen over de inhoud van de overeenkomst van ruiling niet hebben gesproken. De uitleg die de bevoordeelde buur aan de betreffende bepaling wenst te geven leidt, bij acceptatie, tot het verlies van de vordering tot verrekening, dit echter slechts op basis van de tekst van de akte. Om aan te kunnen nemen dat die uitleg kan worden geaccepteerd, heeft de buur volgens het Hof niet voldoende concrete feiten gesteld. De grieven falen en de buur moet het onterecht genoten voordeel compenseren.

Mr. Robert Lonis – december 2016

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.