Tekortschieten staat vast maar leidt in schadestaatprocedure niet tot toewijzing gevorderd schadebedrag

AMC beschikt over een stuk grond, de wens is om daarop een Zorghotel te realiseren. Met Caransa sluit het AMC een samenwerkingsovereenkomst af om tot realisatie van dat hotel, voor rekening en risico van Caransa, te komen. Caransa omschrijft in berichtgeving aan de gemeente het te realiseren Zorghotel en is bekend met het bijbehorende programma van eisen. Nadat diverse (bestuursrechtelijke) obstakels zijn overwonnen, sluit Caransa met EHM een langlopende huurovereenkomst af alsmede een voorovereenkomst af. De huurovereenkomst ziet niet op een Zorghotel, maar feitelijk op de exploitatie van een regulier Hotel in het hogere zakelijke segment. De gemeente oordeelt, na diverse gesprekken, dat de (nader bekend geworden) plannen afwijken van een eerder verleende vrijstelling en bouwvergunning.  Deze zagen expliciet op een Zorghotel en niet op een commercieel vier sterren accommodatie. Caransa komt tot het oordeel dat – gelet op de weerstand binnen de gemeente – het onmogelijk zal zijn het ontwikkelde (geplande) hotel te realiseren en ontbindt de samenwerkingsovereenkomst met AMC. Het gebruik van het ontwikkelde hotel is niet voldoende vastgesteld. AMC is volgens Caransa in verzuim en aansprakelijk voor haar schade. In rechte, tot en met de Hoge Raad, wordt aansprakelijkheid van het AMC wegens tekortschieten in de nakoming van op het AMC rustende verbintenissen vastgesteld.

In deze schadestaatprocedure vordert Caransa een bedrag van bijna € 40 miljoen aan schade. Deze is begroot op de contante waarde van de huurovereenkomst met EHM, gederfde inkomsten verminderd met bespaarde kosten. Daarnaast vordert zij de redelijke kosten ter vaststelling van de schade en de aansprakelijkheid en de redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte. Als uitgangspunt neemt Caransa de vergelijking tussen de situatie waarin zij is komen te verkeren en de situatie waarin zij zou verkeren zonder tekortschieten van AMC. AMC stelt dat causaal verband ontbreekt omdat Caransa het hotel als omschreven in de samenwerkingsovereenkomst niet zou hebben gerealiseerd (gelet op de door Caransa uitgebrachte ontbindingsverklaring). Ook kan de huurovereenkomst met EHM niet als grondslag dienen voor schadevergoeding nu het door Caransa en EHM voorgestane hotel beduidend anders was van opzet dan het door AMC beoogde Zorghotel. De Rechtbank overweegt dat artikel 6:277 BW de grondslag voor schadevergoeding geeft na ontbinding en dat daaruit geen andere of verdergaande eisen voortvloeien dan als bedoeld in artikel 6:74 BW. Het verweer ten aanzien van de huurovereenkomst kan worden betrokken op zowel het schadebegrip als bedoeld in artikel 6:95 BW‐6:97 BW (vergelijking toestand met en zonder schade brengend feit) als op 6:98 BW (toerekeningsverband). De huurovereenkomst met EHM ziet op een ander hotel dan in de samenwerkingsovereenkomst met AMC is bedoeld en waarvoor de gemeente privaatrechtelijk en publiekrechtelijke medewerking had verleend. Ingevolge artikel 6:98 BW komt slechts die schade voor vergoeding in aanmerking die in zodanig verband staat met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust, dat deze schade als een gevolg daarvan kan worden toegerekend. Objectieve factoren als aard van de aansprakelijkheid en van de schade worden daarbij beoordeeld. AMC hoefde er geen rekening mee te houden dat als gevolg van een eventuele tekortkoming aan haar zijde in een procedure bij de schadebegroting gebonden zou zijn aan een (gederfde) huurprijs voor een hotel dat niet als zorghotel kwalificeert. De aard van aansprakelijkheid betreft tekortkoming in de nakoming van verplichtingen uit de samenwerkingsovereenkomst. De aard van de schade betreft gederfd voordeel. Voor zover Caransa uitgaat van schade op grond van de huurovereenkomst, oordeelt de Rechtbank deze niet toewijsbaar. De Rechtbank oordeelt dat Caransa niet inzichtelijk heeft gemaakt in welke hypothetische situatie zij zou verkeren bij onberispelijke nakoming, evenmin blijkt van het bestaan van een doelstelling om de rendementen te halen die aan de schadebegroting ten grondslag liggen. De Rechtbank oordeelt dat Caransa geen schade heeft geleden omdat bij een Zorghotel de stichtingskosten hoger zouden zijn geweest dan de marktwaarde van het gebouw. Ook op grond van artikel 6:95‐6:97 BW is het gevorderde (of enig lager bedrag) niet toewijsbaar. Het pas 2015 aan AMC overleggen van de overeenkomsten met EHM acht de Rechtbank voorts in strijd met een goede procesorde nu deze zeer relevant waren voor AMC. De schadevordering alsmede de nevenvorderingen wijst de Rechtbank af.

Mr. Robert Lonis, juni 2017

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.