Schade-uitkering verknocht? Nee!

Bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heb ik laatst weer een discussie gevoerd over de al dan niet verknochtheid van een schade-uitkering. In die zaak is de vaste rechtspraak (gelukkig) weer bevestigd. Het uitgangspunt is dat een goed of een schuld in de gemeenschap valt en dat degene die stelt dat er sprake is van verknochtheid dat ook uitgebreid moet stellen en bewijzen, dat had de wederpartij hier onvoldoende gedaan.

De casus: ten gevolge van een auto-ongeluk heeft de vrouw tijdens het huwelijk een schade-uitkering ontvangen. Partijen waren getrouwd in gemeenschap van goederen. Bij de scheiding stelt de vrouw zich op het standpunt dat deze uitkering aan haar verknocht is, dat zij nu en in de toekomst niet voor herstel vatbare lichamelijke gevolgen ondervindt en dat er sprake is van verlies van verdiencapaciteit. Echter de uitkering is tijdens het huwelijk volledig uitgegeven aan diverse zaken (die niet aan het ongeval of het vermeende letsel gerelateerd waren). De echtelijke woning van partijen was echter inmiddels verkocht en de vrouw meende dat zij op grond van verknochtheid aanspraak kon maken op een gedeelte van de verkoopopbrengst en dat het resterende gedeelte vervolgens bij helfte moest worden verdeeld.

Ik stelde namens de man dat er geen sprake was van zgn. voortgezette verknochtheid (dat houdt in dat als van een schade-uitkering een goed wordt gekocht, dat goed automatisch ook verknocht is). De schade-uitkering was niet meer identificeerbaar, nu deze aan diverse zaken was uitgegeven en de stelling van de vrouw dat de overwaarde van de woning rechtstreeks zou zijn toe te schrijven aan de ontvangen schade-uitkering heb ik betwist, deze is te wijten aan de huizenmarkt, de aflossing op de hypothecaire geldlening, de in de polissen opgebouwde waardes, verbouwingen en verbeteringen aan de woning en aan ander geld dan dat ontvangen uit de schade-uitkering wat in de woning was geïnvesteerd.

Het hof overwoog dat de gemeenschap (van goederen) wat haar baten betreft alle goederen van de echtgenoten omvat die bij het begin van het huwelijk aanwezig waren of die tijdens het huwelijk zijn verkregen. Een uitzondering daarop geldt voor goederen en schulden die aan een van de echtgenoten op enigerlei bijzondere wijze verknocht zijn, deze vallen slechts in de gemeenschap voor zover de verknochtheid zich daar niet tegen verzet. Wanneer dat het geval is, wordt volgens vaste rechtspraak, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waaronder met name de aard van het goed, zoals deze mede door maatschappelijke opvattingen wordt bepaald. In deze zaak kwam het hof aan beantwoording van deze vraag niet toe omdat vaststond dat het geld aan diverse zaken was uitgegeven. Daardoor was geen sprake meer van een afzonderlijk goed, ook kon niet worden aangenomen dat die goederen (die er ook niet meer allemaal waren) verknocht waren. De gehele uitspraak kunt u hier lezen.

Wilt u meer weten over verknochtheid, een verdeling of een andere kwestie binnen het personen- en familierecht, neem dan contact op met Marleen Falkena (Almere) of Rosanne Dijkstra (Lelystad).

Mr. Marleen Falkena – mei 2018

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.