Pioenrozen beschadigd door Round‐up; loonspuitbedrijf aansprakelijk wegens niet voldoende reinigen apparaat. Deskundigenbericht blijft ook in hoger beroep maatgevend

Een bloementeler kweekt, als hoofdactiviteit, pioenrozen. Dit is een kwetsbaar gewas. Om schimmels te bestrijden, spuit een loonspuitbedrijf de gewassen met een veldspuit en het middel Collis. Dit middel is, in een aangebroken verpakking, ter beschikking gesteld door de teler. Na het spuiten giet men het restant van het middel uit de veldspuit in een ton. De inhoud daarvan gebruikt de teler later om pioenrozen in een gaaskas, waar de veldspuit niet in kan, te bespuiten. Eerder op de dag spoot het loonspuitbedrijf een omvangrijk perceel van een ander, onder andere met het middel Round‐up, dat glysofaat bevat. Dit middel is effectief, dat wil zeggen dodelijk voor planten in zijn algemeenheid in bepaalde doseringen. Pioenrozen zijn zeer gevoelig. Kort na het spuiten ontstaan er verkleuringen, en vlekken. Zowel op het veld als in de gaaskas. Dit leidt tot schade bij de teler. Deze vordert een voorschot op schadevergoeding tot een bedrag van € 119.250,‐, rente en kosten. Daarnaast vordert de teler een verklaring voor recht dat het loonspuitbedrijf toerekenbaar tekort is gekomen in de nakoming van contractuele verplichtingen dan wel dat onrechtmatig is gehandeld en verwijzing naar een schadestaatprocedure. Omdat de oorzaak niet aanstonds duidelijk is, stelt de rechtbank deskundigen aan om een deskundigenoordeel te geven. In een uitgebreid gemotiveerd rapport stellen die vast dat aannemelijk is dat een residu glysofaat in de veldspuit achterbleef, waarmee de gewassen door het spuiten zijn beschadigd.

Het rapport bevat gedetailleerde vragen en antwoorden. De deskundigen verwachten dat de schade tot boven een miljoen euro kan oplopen. De rechtbank overwoog dat de tank van de veldspuit door het loonspuitbedrijf onvoldoende is gereinigd waardoor, als gevolg van de eerdere bespuiting van die dag met Round‐up en andere middelen, restanten daarvan zijn achtergebleven. Door onvoldoende reiniging van de tank is het loonspuitbedrijf toerekenbaar tekort geschoten in de op haar rustende verplichtingen. De rechtbank verlaat zich daarbij mede op het deskundigenrapport. In hoger beroep beklaagt het loonspuitbedrijf zich over de wijze van totstandkoming van het deskundigenbericht. De deskundigen zouden niet onafhankelijk zijn. Ook klaagt men over de inhoud van het rapport, dit zou tegenstrijdig zijn met een uitgevoerde herhalingsproef. Uit deze proef volgt dat restanten van glysofaat, in tegenstelling tot het oordeel van de deskundigen, goed traceerbaar zouden moeten zijn. Ook hebben de deskundigen volgens het loonspuitbedrijf niet voldoende onderzocht of alternatieve oorzaken zijn aan te wijzen. Het Hof overweegt dat beoordeelt moet worden of er voldoende omstandigheden zijn gesteld die, objectief beschouwd, twijfel kunnen rechtvaardigen aan de  onpartijdigheid van de deskundigen in de zin van artikel 198 Rv dan wel artikel 6 lid 1 EVRM. Het Hof oordeelt dat van ondeugdelijke motivering door de deskundigen geen sprake is. Ook volgt uit het deskundigenbericht zelf dat alternatieve oorzaken zijn onderzocht. Evenmin oordeelt het Hof anders dan de Rechtbank over gestelde tegenstrijdigheden en aannames in het rapport. Het Hof oordeelt daarbij dat voor het opnieuw gelasten van een deskundigenonderzoek geen ruimte is indien degene die daar om verzoekt dit verzoek doet omdat hij het niet eens is met de inhoud van het deskundigenbericht en de daarin verwoorde conclusies. In zijn algemeenheid zal een verzoek tot een nieuw of aanvullend deskundigenbericht slechts kunnen worden ingewilligd indien sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die een nieuw deskundigenbericht rechtvaardigen, of indien sprake is van zwaarwegende en/of steekhoudende bezwaren tegen de wijze van totstandkoming van het deskundigenbericht, die maken dat daarmee geen duidelijkheid geeft over de voor beslissing van het geschil relevante feiten en omstandigheden en daarom onbruikbaar is. De gebezigde motivering komt op het Hof overtuigend over. Over het voorschot op de schade merkt het Hof op dat aannemelijk is dat de uiteindelijke schade het voorschot zal overtreffen. Dat het loonspuitbedrijf de  spuitwerkzaamheden niet kon verzekeren en slechts € 100,‐ in rekening bracht, maakt dat niet anders. Het Hof bekrachtigt het vonnis waarvan beroep.

Mr. Robert Lonis – september 2017

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.