Pandrecht op onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken

Vorige maand heeft de Hoge Raad een belangwekkende uitspraak gedaan over de vestiging van een pandrecht op een zaak, die onder eigendomsvoorbehoud aan de pandgever was geleverd. Het betrof een teler die een deel van de koopprijs van het aan hem onder eigendomsvoorbehoud geleverde teeltsysteem niet had betaald. Het teeltsysteem was daardoor nog eigendom van de leverancier, zo werd enerzijds betoogd. De teler ging vervolgens failliet. De bank die in het kader van de financiering van de teler een pandrecht had gevestigd op alle bedrijfsmiddelen, betaalde vervolgens de restschuld aan de leverancier waardoor het teeltsysteem (na faillissement) alsnog eigendom werd van de teler. De curator stelde zich op het standpunt dat, nu de eigendom van het teeltsysteem eerst ná faillissementsdatum werd verkregen, het pandrecht van de bank in verband met het uitgesproken faillissement, niet meer tot stand was gekomen en het teeltsysteem dus (onbezwaard) in de faillissementsboedel viel.

De Hoge Raad volgde de curator niet in zijn standpunt. Volgens de Hoge Raad is de overdracht van een zaak onder eigendomsvoorbehoud, een overdracht onder opschortende voorwaarde, waarbij de levering van de zaak is voltooid op het moment dat de zaak in de macht van de verkrijger is gekomen. Het gevolg daarvan is dat de verkrijger dan een terstond ingaand eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde verkrijgt. De teler verkreeg dus met de aflevering van het teeltsysteem aan hem een “voorwaardelijk eigendomsrecht” op het teeltsysteem. Zolang de opschortende voorwaarde (de betaling aan de leverancier) niet werd vervuld, zijn volgens de Hoge Raad zowel de leverancier als de teler voorwaardelijk eigenaar. Als in zo’n situatie door de teler een pandrecht wordt gevestigd ten behoeve van zijn bank op het nog slechts in voorwaardelijke eigendom verkregen teeltsysteem, komt volgens de Hoge Raad ook meteen (dus al voor faillissementsdatum) onvoorwaardelijk een pandrecht tot stand op een voorwaardelijke eigendom. Als dan de opschortende voorwaarde (de betaling) na faillissementsdatum plaatsvindt, dan groeit het pandrecht van de bank als het ware automatisch uit tot een pandrecht op de volle eigendom van het teeltsysteem. Dat betekende dat de bank zich op het teeltsysteem kon verhalen en dat de curator ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers geen opbrengst kon realiseren door verkoop van het teeltsysteem.

Wilt u advies over een eigendomsvoorbehoud of het vestigen van zakelijke zekerheden (pandrecht/hypotheekrecht) neem dan contact met ons op.

Mr. Sjakko van Raaijen –  sectie Arbeidsrecht – juli 2016

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.