“Niemand behoeft in een onverdeelde boedel te blijven”

Dat is de eerste zin van een uitspraak van het Hof in Den Haag van 23 september 2015 (zie: www.rechtspraak.nl/ECLI:NL:GHDHA:2015:2564). Dat is niet nieuw maar in de huidige tijd wel weer eens goed om bij stil te staan.

Door de economische situatie kiezen mensen die uit elkaar gaan er met enige regelmaat voor om de gezamenlijke woning nog niet te verdelen. Bijvoorbeeld omdat geen van beiden de financiering alleen kan voortzetten en verkoop tot restschuld leidt. Dat lijkt dus een voordeel maar het betekent ook dat de maandelijkse lasten fors stijgen wanneer een van de partners ergens anders gaat huren. Immers, kopen is doorgaans geen optie omdat de vertrekkende partner nog hoofdelijk aansprakelijk is voor de hypothecaire geldlening. (Hoofdelijk aansprakelijk betekent dat, in dit geval de bank, zowel de man als de vrouw kan aanspreken om de schuld terug te betalen, voor het gehele bedrag.) Ons advies is altijd bij het onverdeeld laten van de woning goede afspraken te maken over het vervolg. Op het moment dat u samen besluit om de woning nog even niet te verdelen bent u nog ‘on speaking terms’ en moet u het ijzer smeden als het heet is. Probeer voor u zelf na te gaan welke scenario’s zich allemaal voor kunnen doen en maak daar afspraken over, een ‘spoorboekje’. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat de partner die in de woning blijft wonen de lasten niet meer kan dragen, of dat er een nieuwe partner in de woning wil komen wonen. Maak ook afspraken over wanneer u opnieuw kijkt naar de afspraak om gezamenlijk eigenaar van de woning te blijven, eventueel welke makelaar u inschakelt voor taxatie en verkoop etc. Wij denken graag met u mee over dergelijke ‘spoorboekjes’.

Terug naar de uitspraak van het Hof. De regel ‘dat niemand in een onverdeelde boedel hoeft te blijven’ volgt uit artikel 178 van het derde boek van het Burgerlijk Wetboek. Daarin staat ‘Ieder der deelgenoten (…) kan te allen tijde verdeling van een gemeenschappelijk goed vorderen, tenzij…’. In het derde lid van dat artikel staat: ‘Indien de door een onmiddellijke verdeling getroffen belangen van een of meer deelgenoten aanmerkelijk groter zijn dan de belangen die door de verdeling worden gediend, kan de rechter (….) een vordering tot verdeling uitsluiten.’ Het gaat dus om een belangenafweging.

In de zaak waarover het Hof moest beslissen waren partijen getrouwd in gemeenschap van goederen. De man vroeg aan het Hof om te bepalen dat de woning nog 3 jaar onverdeeld zou blijven. Hij heeft daarvoor aangevoerd dat de hypothecaire geldlening groter was dan de taxatiewaarde van de woning (onderwaarde) en dat hij verwachtte dat de waarde van de woning in een jaar tijd zou stijgen in verband met de realisatie van een niet nader genoemd project in de buurt van de woning. (Omdat de zaak speelde bij het Hof Den Haag is de kans klein dat het ging om de uitbreiding van vliegveld Lelystad maar dat terzijde.) De vrouw was het hier niet mee eens: zij wilde niet gedwongen ‘in de boedel’ blijven en zij wees het Hof op een beleggingsdepot, gekoppeld aan de hypotheek waardoor de woning zonder verlies (en zelfs met een plus) verkocht zou kunnen worden. Het Hof weegt de belangen en bepaalt dat het belang van de man niet zwaarder weegt dan het belang van de vrouw. Sterker nog, de vrouw heeft volgens het Hof een zwaarwegend belang bij verkoop van de woning omdat dan het beleggingsdepot aangesproken kan worden en met de overwaarde andere schulden kunnen worden afgelost. Bovendien zegt het Hof dat de realisatie van het project waar de man mee kwam ‘een onzekere toekomstige omstandigheid is’.

Interessant is natuurlijk wanneer het wel lukt om een beslissing van een rechter te krijgen waarin ‘de vordering tot verdeling’ wel voor maximaal 3 jaar wordt uitgesloten. Overigens hoeft het dan niet alleen maar te gaan over een woning of in geval van scheiding. Als u met uw buurman een fiets koopt, is er ook sprake van een gemeenschap en geldt dezelfde regeling.

De rechtbank Oost-Brabant heeft in 2013 in een niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraak bepaald dat de vordering tot verdeling wel 3 jaar werd uitgesloten. Het ging om een stel dat in 1990 getrouwd was in gemeenschap van goederen. Tot de gemeenschap behoorde een woning, belast met een hypotheek. De WOZ waarde was ten tijde van de rechtszaak hoger dan de hypothecaire geldlening. Er was dus sprake van een overwaarde. De man en de vrouw hadden allebei recht op de helft. De reden dat de woning toch nog onverdeeld blijft is omdat er ook nog een zakelijke hypothecaire geldlening van € 100.000 was waarvoor beide partijen hoofdelijk aansprakelijk waren. In het jaar 2012 was er zakelijk sprake van verlies. De man heeft gevraagd om de woning onverdeeld te laten omdat hij de vrouw haar deel van de overwaarde niet kan betalen, ook niet in delen. Hij heeft dat ook met stukken aangetoond. De bank wil niet meewerken aan ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de vrouw, zowel zakelijk als privé. Oftewel, de bank wil bij de vrouw kunnen blijven aankloppen voor beide schulden. De rechtbank bepaalt dan: ‘Mede gelet op de huidige situatie op de woningmarkt en de verbondenheid met de onderneming is de rechtbank van oordeel dat het belang van de man bij het voorlopig onverdeeld laten van de echtelijke woning, de hypothecaire geldlening en de spaarrekening aanmerkelijk groter is dan de belangen van de vrouw bij onmiddellijke verdeling. De rechtbank sluit de verdeling van deze vermogensbestanddelen dan ook uit voor de door de man verzochte periode van drie jaren. De rechtbank gaat er daarbij van uit dat de man, zolang de onverdeeldheid voortduurt, alle zakelijke en gebruikslasten met betrekking tot de woning voor zijn rekening zal blijven nemen.’

Wilt u weten wat in uw situatie de voor- en nadelen zijn van het voorlopig onverdeeld laten van bijvoorbeeld de woning (denk ook aan fiscale gevolgen als het gaat om de mogelijkheid om de hypotheekrente af te trekken) of wilt u weten of u met succes een vordering tot verdeling voor 3 jaar kunt uitsluiten of wilt u juist niet langer gevangen blijven in een gemeenschappelijke boedel, dan vernemen wij dat graag. U kunt contact opnemen met Marleen Falkena (Lelystad) of Sylvia Raphael (Almere).

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Vestiging Almere​

Versterkerstraat 4B
Postbus 10058
1301 AB Almere

T: 036 5346220 F: 036 5345984
E: advocaten@okkerse-schop.nl

Vestiging Lelystad

Zilverparkkade 6
Postbus 155
8200 AD Lelystad

T: 0320 289888 F: 0320 220155
E: advocaten@okkerse-schop.nl

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.