Vrijheid van meningsuiting? Niet alles mag op Facebook!

In Nederland kennen we vrijheid van meningsuiting. Door dit grondrecht kan de Nederlandse burger, zoals de naam al zegt, zijn of haar mening in vrijheid uiten. Óók als dat soms pijnlijk is voor anderen. Het recht op vrijheid van meningsuiting kent wel grenzen. Als uitlatingen het recht op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (privacy) op ontoelaatbare wijze schenden, dan brengt dat met zich dat die uitlatingen niet mogen worden gedaan. Om te kunnen bepalen of bepaalde uitlatingen, zoals teksten en filmpjes, de privacy van een ander schenden moet er een belangenafweging worden gemaakt. Bij deze afweging komt in beginsel geen voorrang toe aan het ene of het andere recht. Het antwoord op de vraag welk van deze beide rechten in voorkomend geval zwaarder weegt, is afhankelijk van alle relevante omstandigheden. Daarbij komt dat de inbreuk noodzakelijk moet zijn omdat er geen minder ingrijpende manier was om hetzelfde doel te bereiken.

Teksten en filmpjes moeten verwijderd worden van Facebook

In een recente zaak oordeelde de rechtbank Den Haag dat gedaagde door haar geplaatste teksten en filmpjes van Facebook moet verwijderen. De zus van gedaagde verbleef gedurende een aantal maanden, tot aan haar overlijden, in een zorginstelling. Gedaagde is van mening dat de zorginstelling en een medewerker van de zorginstelling geen goede zorg hebben verleend. De gedaagde publiceert stukjes tekst en filmpjes op Facebook waarin zij aangeeft dat de zorginstelling en de medewerker verantwoordelijk zijn voor het verstrekken van verkeerde medicatie. Voorts zouden er spullen van de zus uit haar kamer zijn verdwenen en zou de zorginstelling niet hebben ingegrepen bij ernstig gewichtsverlies van de zus van gedaagde. Gedaagde vertelt dat ze met het plaatsen van de teksten en filmpjes op haar Facebookpagina misstanden in de zorg(instelling) aan de kaak wil stellen.

Ongefundeerde beschuldigingen

Vast staat dat in ieder geval een aantal van de uitlatingen die betrekking hebben op de medewerker en de zorginstelling onjuist of ongefundeerd zijn. Bovendien zijn de uitlatingen beledigend voor de medewerker.  De uitlatingen die gedaagde heeft gedaan worden op geen enkele manier gerechtvaardigd door het gestelde doel dat zij met het plaatsen van de berichten en de filmpjes nastreeft. Verwijten en beschuldigingen zijn als vaststaande feiten op een voor iedereen toegankelijke Facebookpagina gepubliceerd. Daarmee heeft gedaagde de grenzen van wat als fatsoenlijk geldt overschreden en onrechtmatig gehandeld. Dergelijke ongefundeerde beschuldigingen kunnen een negatief effect hebben op de reputatie en de bedrijfsvoering van de zorginstelling. Daarnaast schaden de beschuldigingen ook de privacy en de reputatie van de medewerker van de zorginstelling. De teksten en filmpjes mogen niet op Facebook blijven staan. Omdat gedaagde de teksten en filmpjes inmiddels al verwijderd heeft, oordeelt de rechtbank dat deze verwijderd moeten blijven.

Cathy Brocklebank

Rechtsgebieden

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Rechtsgebieden (niet verwijderen)

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.