ALMERE | LELYSTAD

Schuldhulpverlening & het dwangakkoord

Op 28 februari 2019 heeft de Rechtbank Midden-Nederland een verzoek tot het vaststellen van een dwangakkoord voor de enige schuldeiser afgewezen, terwijl de Rechtbank Den Haag op 25 maart 2019 het verzoek tot het vaststellen van een dwangakkoord voor de enige (weigerende) schuldeiser wél heeft toegewezen. Op het eerste gezicht lijken deze twee uitspraken diametraal tegenover elkaar te staan, terwijl het dezelfde soort zaken zijn: in allebei de zaken werd verzocht om een dwangakkoord voor de enige weigerachtige schuldeiser.

Rechtbank Den Haag

In deze zaak ging het om een vrouw die een schuldenregeling had aangeboden aan haar enige schuldeiser de ABN waarbij een uitkering gedaan zou worden van 4,36 % van de gehele schuld. De vrouw had jaren elke maand € 1.500,- afgelost maar was  vanwege haar psychische problemen daar niet meer toe in staat.

De rechtbank oordeelt dan het volgende: allereerst zegt de rechtbank dat het vaste rechtspraak is dat er een dwangakkoord opgelegd kan worden wanneer er sprake is van maar één schuldeiser van de crediteur en deze crediteur weigert in te stemmen met de voorgestelde schuldregeling. Daarna zegt de rechtbank dat iedere schuldeiser de mogelijkheid heeft te verlangen dat de vordering volledig wordt betaald. In dit soort zaken wordt door de rechtbank een belangenafweging gemaakt tussen de belangen van de schuldeiser (volledige betaling) en de belangen van de schuldenaar (het regelen van de schulden). In deze zaak oordeelde de rechtbank dat de belangen van de schuldenaar groter waren dan van de ABN onder andere vanwege het feit dat de vooruitzichten voor mevrouw niet beter werden in verband met haar psychische problemen en een grotere uitkering dan ook niet waarschijnlijk was.

Rechtbank Midden-Nederland

In deze uitspraak ging het wederom om een vrouw die een schuldenregeling aanbood aan haar enige schuldenaar, dit keer de belastingdienst.  De belastingdienst weigerde en voerde op de rechtbankzitting aan dat het een vaste regel is van de belastingdienst om niet in te stemmen met een aangeboden schuldenregeling van een ondernemer en weigerde de regeling omdat de belastingdienst de enige schuldenaar was omdat de vrouw andere schulden had laten prevaleren. De rechtbank haalt dan net zoals de rechtbank Den Haag de vaste rechtspraak aan, het recht van de schuldeiser op volledige betaling en maakt eveneens een belangenafweging. De rechtbank komt dan alleen tot een ander oordeel, namelijk dat door de aankoop van een woning en de betaling van de aflossingscomponent van de hypotheek, de vrouw niet te goeder trouw heeft gehandeld ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van de belastingschuld. Daarnaast meent de rechtbank dat het voorstel niet het maximaal haalbare is en oordeelt dan dat het belang van de belastingdienst groter is en wijst het verzoek om een dwangakkoord dan ook af.

Conclusie

Wanneer we de uitspraken vergelijken kunnen we het volgende concluderen: de aangeboden schuldenregeling dient het maximaal haalbare te zijn voor de schuldeiser. Laat je daarnaast  goed adviseren in het schuldhulpverleningstraject, betaling of niet van een schuldeiser kan beslissende invloed hebben op de afwikkeling.

Michelle Makkinje

Rechtsgebieden

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Rechtsgebieden (niet verwijderen)

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.