Minnelijk traject mislukt; de schuldhulpverlener aansprakelijk stellen? De kantonrechter doet daar niet aan mee

Een schuldhulpverlener sluit een overeenkomst van opdracht met een aantal partijen. De opdracht ziet op het bemiddelen bij een saneringsplan. Indien dat niet lukt voorziet de opdracht in het opstellen van een verzoekschrift ten einde te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen. De schuldenlast beloopt € 47.612,25. Na aanschrijving van de schuldeisers, waarbij een percentage van 4,5% is aangeboden blijkt dat een schuldeiser niet is aangeschreven. Deze was kennelijk niet gemeld aan de schuldhulpverlener, met die schuldeiser maakte de schuldenaar zelf afspraken. Diverse schuldeiser laten weten niet akkoord te gaan. De schuldhulpverlener stelt vervolgens voor om het traject voor de WSNP op te starten. Een van de betrokken schuldenaren gaat niet akkoord met een WSNP‐traject en ontbindt de overeenkomst van opdracht. Ook stelt hij de schuldhulpverlener aansprakelijk voor alle schade. In rechte vordert de schuldenaar een bedrag van € 25.000,‐ De schuldhulpverlener hield hem aan het lijntje, het minnelijk traject is door toedoen van de schuldhulpverlener mislukt en de schuldenaar heeft zelf de schuldeisers tot een bedrag van € 25.398,11 voldaan.

De kantonrechter overweegt dat door de schuldenaar niet is gesteld wat de schuldhulpverlener gedaan of nagelaten heeft waardoor het minnelijk traject niet het door hem gewenste gevolg had. Schuldeisers zijn niet verplicht mee te werken aan een minnelijk akkoord. Niet blijkt dat het niet slagen van een minnelijke regeling aan de schuldhulpverlener is te wijten. Een toelichting op de stelling dat de schuldhulpverlener niet voortvarend zou hebben gehandeld en niet snel genoeg reageerde op emails
ontbreekt. De kantonrechter overweegt daarnaast dat de schuldenaar niet zonder meer recht heeft op een minnelijke regeling waarbij (slechts) 4,5% van de schulden wordt voldaan. Dat de schuldenaar geen gebruik wenst te maken van de wettelijke schuldsaneringsregeling en daarom zijn eigen schulden moet voldoen kan hij niet afwentelen op de schuldhulpverlener. De stellingen van de schuldenaar kunnen niet tot de conclusie leiden dat de schuldhulpverlener is tekortgeschoten in zijn
uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen. De kantonrechter wijst de vorderingen af.

Mr. Robert Lonis – maart 2017

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.