ALMERE | LELYSTAD

Coronavirus – wat betekent dit voor jouw onderneming?

036 5346220

Bel elke werkdag tussen 10 en 11 naar ons GRATIS telefonisch spreekuur voor al je vragen over ondernemingsrecht, arbeidsrecht en familierecht 

Kan een werkgever een werknemer verplichten een mondmasker te dragen?

Een, zowel door werkgevers als werknemers, veelgestelde vraag is of een werkgever zijn werknemers kan verplichten een mondmasker te dragen. Het antwoord is niet zo eenvoudig te geven.

Het kabinet heeft in een persconferentie van 6 mei 2020 aangegeven dat het met ingang van 1 juni voor medewerkers en reizigers in het openbaar vervoer verplicht is om niet-medische mondkapjes te dragen. Tot die datum staat het iedereen vrij daarvan gebruik te maken. Het gaat dan, aldus de minister-president tijdens de persconferentie, om mondkapjes die anderen beschermen tegen besmetting door de gebruiker van het mondkapje. Met betrekking tot contactberoepen is het standpunt van het kabinet dat een check vooraf veel risico’s wegneemt en dat het dragen van mondkapjes dan niet nodig is.

Mondmaskers zijn bekend onder verschillende benamingen en te onderscheiden in verschillende soorten en typen, zoals mondkapjes, ‘chirurgische’ mondneusmaskers, ademhalingsbeschermingsmaskers, FFP-maskers. Elk masker heeft een specifiek doel. Afhankelijk van het doel is een mondmasker een persoonlijk beschermingsmiddel in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet- en regelgeving dan wel een ander (hulp)middel. Indien een mondmasker tot doel heeft om degene die het gebruikt te beschermen tegen risico’s voor zijn gezondheid, zoals het risico op besmetting met het COVID-19-virus, dan is het een persoonlijk beschermingsmiddel. Indien het mondmasker tot doel heeft anderen te beschermen (door een barrière te vormen tussen de gebruiker en anderen) dan is het geen persoonlijk beschermingsmiddel. Dat onderscheid is, zoals hieronder zal blijken, van belang.

Een werkgever heeft op grond van zijn werkgeversgezag de bevoegdheid om instructies te verstrekken. Die kunnen ook betrekking hebben op de goede orde in de onderneming, zoals het dragen van een mondkapje. De werknemer is verplicht zich aan die voorschriften te houden, voor zover deze redelijk zijn. Op grond van zijn zorgplicht is de werkgever onder andere verplicht maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. Op grond van de Arbeidsomstandighedenwet kan de werkgever (uiteindelijk) gehouden zijn om persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals een mondmasker, aan de werknemer ter beschikking te stellen. De werkgever moet echter eerst trachten de gevaren en risico’s voor de gezondheid bij de bron aan te pakken of trachten andere doeltreffende maatregelen te nemen, zoals het implementeren en handhaven van de RIVM-richtlijnen. Dat kan bijvoorbeeld inhouden dat een werkgever een werknemer die op grond van de voor iedereen geldende basisregels thuis zou moeten blijven (omdat hij of een huisgenoot bepaalde klachten heeft), niet toelaat tot zijn werkplek.

De werknemer is op zijn beurt verplicht de hem ter beschikking gestelde persoonlijke beschermingsmiddelen op de juiste wijze te gebruiken voor zover niet krachtens de Arbeidsomstandighedenwet is bepaald dat werknemers niet verplicht zijn deze beschermingsmiddelen te gebruiken. Deze verplichting van de werknemer betreft niet uitsluitend zijn eigen veiligheid of gezondheid, maar ook die van andere betrokken personen.

De bevoegdheid of verplichting van een werkgever om een werknemer te verplichten persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken is niet onbeperkt. Er moet een redelijke grond voor een dergelijke instructie bestaan. Die grond is er in elk geval wanneer sprake is van een gevaar en risico voor de veiligheid of gezondheid van de werknemer. Concreet betekent dit dat het gevaar moet bestaan dat de werknemer bij de uitoefening van zijn werkzaamheden besmet raakt door het COVID-19-virus. Wanneer de werkgever en werknemer buiten de zorgsector de RIVM-richtlijnen en overheidsmaatregelen in acht nemen (en de werkgever zijn werknemers en anderen die zijn bedrijf of instelling bezoeken daaraan houdt), dan lijkt het, naar de huidige stand van de wetenschap en afgaande op het kabinetsstandpunt, verdedigbaar dat er geen reëel gevaar bestaat dat een werknemer besmet raakt op het werk. Dat zou dan betekenen dat er geen redelijke grond is om een werknemer voor zijn eigen bescherming te verplichten een mondmasker te gebruiken. Hetzelfde geldt voor een beschermende bril/spatbril.

Het is raadzaam om hierbij af te gaan op actuele informatie van de overheid, die bijvoorbeeld te vinden is in de brochure ‘Wanneer is welk mondmasker nodig?’ Een voor de persoonlijke bescherming ter beschikking gesteld mondmasker moet voldoen aan de eisen die Europese en nationale wet- en regelgeving daaraan stellen. Last but not least dient aan de terbeschikkingstelling van mondmaskers een risico-inventarisatie ten grondslag te liggen. Daarbij dient rekening te worden gehouden met eventuele gevarenbronnen die de mondmaskers zelf kunnen vormen.

Indien op grond van – naar de stand van de wetenschap – valide informatie het gebruik van een mondmasker nodig is, dan is de werkgever niet alleen bevoegd maar ook verplicht mondmaskers ter beschikking te stellen, het gebruik daarvan voor te schrijven en erop toe te zien dat deze worden gebruikt door de werknemers. De werknemer is dan op zijn beurt gehouden het mondmasker te gebruiken.

De werkgever van buiten de zorgsector kan ook met het doel anderen, zoals collega’s, te beschermen tegen besmetting door een werknemer met het COVID-19-virus, de wens hebben een werknemer op te dragen een daarvoor geschikt mondmasker te gebruiken. In dat geval is een mondmasker, als gezegd, geen persoonlijk beschermingsmiddel. Daar een werkgever een werknemer met (verdenking op) COVID-19 op grond van zijn zorgplicht voor de gezondheid van zijn andere werknemers, bij wijze van passende maatregel ter voorkoming van besmetting van andere werknemers niet tot het werk zou moeten toelaten, lijkt een werkgever er geen redelijk belang bij te hebben met dit doel een werknemer op te dragen een mondmasker te gebruiken.

Het laatste woord is hier zeker nog niet over gezegd.

Heeft u een vraag over dit artikel of over andere arbeidsrechtelijke aspecten van het coronavirus? Neem dan contact op met onze sectie arbeidsrecht. Wij beantwoorden uw vragen graag.

Hans Blom

 

Rechtsgebieden

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Rechtsgebieden (niet verwijderen)

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.