Kabinet reageert op rapport Staatscommissie Herijking ouderschap: “Kind en ouders in de 21ste eeuw”

Vandaag de dag hoor je het steeds vaker: kinderen die opgroeien in een samengesteld gezin of in een zogenaamd ‘’meer-oudergezin’’. De maatschappij verandert, opvattingen over relaties en ouderschap veranderen en ook op medisch-technologisch gebied met betrekking tot het vervullen van een kinderwens, is er veel gaande.

De overheid heeft een aantal jaren geleden de Staatscommissie Herijking ouderschap: Kind en ouders in de 21ste eeuw’’ in het leven geroepen om onderzoek te doen naar de wenselijkheid van een wijziging van ons familierecht als het gaat om ouderschap en gezag. Denk hierbij aan maatschappelijke en medische-technologische veranderingen. Wat betekent dit voor het Nederlandse familierecht en welke waarborgen zijn er voor een kind als die wil weten van wie het afstamt, bijvoorbeeld als het kind uit een draagmoeder wordt geboren? Hoe ver moeten we als samenleving gaan in het vervullen van ieders kinderwens. Wat zou door de overheid geregeld moeten worden en wat niet?

De Staatscommissie komt in het rapport van 7 december 2016 tot de conclusie dat het huidige familierecht inderdaad onvoldoende aansluit op de diverse ontwikkelingen, zoals hierboven genoemd en is met diverse aanbevelingen gekomen. Op 12 juli 2019 heeft het kabinet via een kamerbrief inhoudelijk gereageerd op  de aanbevelingen in het rapport van de Staatscommissie en kondigt diverse maatregelen aan.

Deelgezag

Het kabinet is van plan om een regeling te maken waarmee het ‘’deelgezag’’ voor andere verzorgenden van het kind dan alleen de juridische ouders of voogden, wordt gecreëerd. Dit deelgezag beoogt de relatie van het kind met die personen te beschermen. Het zou moeten voorzien in een behoefte die bijv. stiefouders, pleegouders, feitelijke ‘’meer-ouders’’ en ook andere familieleden kunnen hebben, om de verantwoordelijkheid voor de opvoeding en verzorging van een kind met de ouders of voogden te delen. Het kabinet beoogt hiermee de belangrijke positie die ook anderen dan de juridische ouders in het dagelijks leven van een kind  kunnen innemen, te erkennen.

Ondanks de aanbevelingen in het rapport op dit punt, vindt het kabinet het op dit moment echter niet verstandig om in de wet vast te leggen dat er meer dan twee personen belast zijn met het ouderlijk gezag over een kind. Ook is het kabinet (vooralsnog) niet van plan om wetgeving in het leven te roepen waarmee het mogelijk wordt dat een kind meer dan twee juridische ouders heeft. Het kabinet verwacht namelijk dat de kans op conflicten rondom een kind groter wordt wanneer een kind meer dan twee juridische ouders heeft en /of wanneer er meer dan twee personen het gezag hebben over het kind.

Er is al de nodige kritiek geuit op dit standpunt van het kabinet. Sommigen vinden dat het kabinet de aanbevelingen van het rapport ten onrechte in de meest zwakke vorm heeft overgenomen en nog onvoldoende tegemoet komt aan wat nodig is om het familierecht met zijn tijd mee te laten gaan.

Draagmoederschap

Verder wordt er een wettelijke regeling voor draagmoederschap aangekondigd. Dat is ook hard nodig, omdat er op dit moment geen duidelijke wetgeving voorhanden is, hetgeen leidt tot onzekerheid en soms ook tot schrijnende situaties. Het kabinet geeft in de kamerbrief aan dat draagmoederschap (ondanks dat dit een kleine groep betreft) gepaard gaat met grote risico’s voor het kind en andere betrokkenen. Door hiervoor een regeling te treffen worden kind en draagmoeder beter beschermd en voor de wensouders is het ook duidelijk aan welke voorwaarden moet worden voldaan bij het draagmoederschap.

Concreet wil het kabinet als positieve verplichting in de wet opnemen dat de gezagsdragers van het kind voorlichting geven aan het kind over de ontstaansgeschiedenis, zoals informatie over de biologische ouders van het kind (zo ook mogelijke zaad-of eiceldonoren) en over eventueel de niet genetisch verwante geboortemoeder (denk aan contactgegevens, medische gegevens, en andere gegevens waarmee het kind zich een beeld kan vormen van geboortemoeder).

Minister Dekker geeft tot slot in de brief aan dat het kabinet met voorrang zal werken aan wetgeving op deze onderwerpen, die naar verwachting voor de zomer van 2020 aan de Tweede Kamer zal worden gezonden. Uiteraard houden wij u op de hoogte van de verdere ontwikkelingen.

Rosanne Dijkstra

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Rechtsgebieden (niet verwijderen)

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.