ALMERE | LELYSTAD

Coronavirus – wat betekent dit voor jouw onderneming?

036 5346220

Bel elke werkdag tussen 10 en 11 naar ons GRATIS telefonisch spreekuur voor al je vragen over ondernemingsrecht, arbeidsrecht en familierecht 

Handreiking ‘Uitvoering diplomering examenjaar 2019-2020 i.v.m. COVID-19-maatregelen’

In zijn Kamerbrief van 8 april 2020 heeft de minister voor BVOM aangekondigd dat de VO-raad, in afstemming met de Onderwijsinspectie, een handreiking maakt over de meest voorkomende geschilpunten rond de schoolexamens. Deze handreiking ‘Uitvoering diplomering examenjaar 2019-2020 i.v.m. Covid-19-maatregelen’ (de Handreiking) is op 20 mei 2020 gepubliceerd op de website van de VO-raad. In de Handreiking wordt, opmerkelijk genoeg, niet gerefereerd aan de Kamerbrief of afstemming met de Onderwijsinspectie.

Een handreiking was ook gewenst. Aan het uitreiken van een diploma gaat een reeks aan beslissingen vooraf, waaronder het vaststellen van de cijfers. Het is maatschappelijk van belang dat (het vertrouwen in) de waarde en betrouwbaarheid van een diploma worden veiliggesteld. Voorkomen moet worden dat er een odium komt te rusten op de school en de door de directeur/rector van de school uitgereikte diploma’s. Dat geldt dit schooljaar des te meer nu de centrale examens geen doorgang vinden en de nadruk komt te liggen op de door de school georganiseerde schoolexamens (en resultaatsverbeteringstoetsen). Het VO-diploma 2019-2020 moet net als in andere jaren zijn waarde en civiel effect hebben. Scholen worden door de minister in zijn Kamerbrief opgeroepen om op een verantwoordelijke wijze en zorgvuldige manier om te gaan met de geboden ruimte (zoals het aanpassen van het PTA) in het belang van de leerlingen en de waarde van het diploma. Ook in de Kamerbrief van 24 maart werd reeds gewezen op het belang dat de waarde van het diploma wordt geborgd. Nu de resultaten van het schoolexamen en de resultaatsverbeteringstoetsen (RV-toetsen) bepalend zijn voor het diploma, zullen geschillen tussen school en eindexamenkandidaten zich toespitsen op de schoolexamens en de RV-toetsen.

Er bestaat reeds een, door het College voor Toetsen en Examens (CvTE), opgestelde handreiking ‘geschil score centraal examen’. Die heeft echter, zoals de naam al aanduidt, betrekking op het centraal examen en niet op het schoolexamen. Deze handreiking kan, zoals aan het eind van dit artikel zal blijken, ook thans van belang zijn voor scholen.

De vraag is wat de juridische status van de Handreiking is. De handreiking ‘geschil score centraal examen’ wordt door het CvTE betiteld als een suggestie voor scholen over hoe om te gaan met een geschil. In gerechtelijke uitspraken werd wisselend gewicht toegekend aan deze handreiking. De ene rechter is van oordeel dat afwijking van de handreiking geen aperte procedurele onjuistheid oplevert, terwijl de andere rechter er waarde aan hecht dat de in de handreiking gesuggereerde procedure wordt gevolgd. Het gewicht van de handreiking in de rechterlijke beoordeling lijkt toe te nemen wanneer de school zegt de handreiking te hebben gevolgd of wanneer tussen partijen niet in geschil is dat de handreiking een geschikte procedure is voor een geschil over toegekende punten.

Aanhakend bij het in zijn Kamerbrief geuite uitgangspunt dat scholen eventuele conflicten over de schoolexamens zelf oplossen, heeft de minister opgemerkt dat met de Handreiking van de VO-raad wordt geborgd dat de geschilbeslechting niet vrijblijvend is maar volgens richtinggevende kaders gebeurt. Daarmee lijkt er meer gewicht aan de handreiking te worden toegekend dan een suggestie. In dit verband is erop te wijzen dat in het tegelijk met de kamerbrief van 8 april door het ministerie gepubliceerde servicedocument ‘VO examens – aanpak coronavirus’ aan scholen de oproep wordt gedaan om in het belang van de leerlingen en de waarde van het diploma op een verantwoordelijke en zorgvuldige manier om te gaan met de geboden ruimte. Het gewicht van de Handreiking zal toenemen nu deze het product is van de VO-raad en is afgestemd met de Onderwijsinspectie.

In de Handreiking zelf wordt niets gezegd over de juridische status daarvan. Wel is daarin te lezen dat de Handreiking een zorgvuldige uitvoering van de uitslagbepaling en diplomering beschrijft met als doel andersoortige bezwaren en geschillen dan gebruikelijk, die samenhangen met de afronding van het schoolexamen in de eindexamenklassen, de uitslagbepaling, de uitvoering van de resultaatsverbeteringstoets en de definitieve uitslagbepaling zoveel mogelijk te voorkomen.

In de Handreiking worden 7 fases in het traject dat moet leiden tot de uitreiking van het diploma beschreven. Ik zal hieronder ingaan op de belangrijkste fases.

In de Handreiking wordt er herhaaldelijk gewezen op het belang dat het bevoegd gezag (onder wiens verantwoordelijkheid het eindexamen wordt afgenomen) de verschillende formele en procedurele voorschriften die in de verschillende fases gelden in acht neemt, zodat, zoals het in de Handreiking wordt genoemd, de juridische basis op orde is. Gelet op de wijze waarop veel beslissingen rondom het eindexamen door de rechter worden getoetst, is dat een terecht advies.

Een fase waarbij in de Handreiking wat langer stil wordt gestaan, is die van de voorbereiding op en afname en correctie van de schoolexamens. In een bijlage bij de Handreiking wordt een niet uitputtend overzicht gegeven van kwesties die als het gevolg van de bijzondere omstandigheden van dit schooljaar zouden kunnen uitgroeien tot een conflict. In beginsel moeten die conflicten kunnen worden opgelost aan de hand van de set van afspraken en formele procedures in het examenreglement van de school. In de Handreiking wordt een aanvullende werkwijze voor het oplossen van conflicten gegeven. Hierin is onder andere te lezen dat de leerling tegen de beslissing van de directeur (waaronder ook de rector is te verstaan) beroep kan aantekenen bij de commissie van beroep. Dat is echter niet in alle gevallen mogelijk. Zo is de commissie van beroep onder andere niet bevoegd om te oordelen over geschillen over de beoordeling van het eindexamen (daarvoor dient de leerling zich tot de civiele (kortgeding)rechter te wenden).

In de Handreiking wordt erop gewezen dat als het gevolg van niet-voorziene aanpassingen in het PTA of het examenreglement verschillen tussen scholen zichtbaarder worden of (sterker) ervaren worden dan anders. In bijlage 2 bij de Handreiking wordt een aantal voorbeelden gegeven van mogelijke kwesties waar ontevredenheid over zou kunnen ontstaan. Volgens de Handreiking vormen verschillen tussen scholen echter een kernelement van het onderwijsstelsel en zijn die geborgd door een zorgvuldige procedure van inrichting van het PTA, examenreglement en onderwijs en communicatie daarover richting leerlingen en hun ouders.

Veel aandacht gaat er in de Handreiking uit naar het afnemen en de beoordeling van de RV-toets. Volgens de Handreiking verdient het aanbeveling dat er een helder proceduredocument wordt opgesteld voor de constructie, afname en beoordeling van de RV-toetsen, met afzonderlijke paragrafen of afzonderlijke documenten voor leerlingen en medewerkers van de school. De Handreiking vermeldt niet door wie deze documenten zouden moeten worden opgesteld. Gezien de inhoud van het document ligt het voor de hand dat het bevoegd gezag dit doet. Daar echter in artikel 10, lid 1, Besluit examens VO 2020 is bepaald dat de directeur zorg draagt voor de inrichting en afname van de RV-toetsen, laat zich ook verdedigen dat de directeur deze documenten opstelt. Afhankelijk van de juridische status van de RV-toets en de aard van de inhoud van het proceduredocument behoeft dit wel of niet de instemming van de MR.

In de Handreiking wordt een aantal tips gegeven voor de inhoud van en informatieverstrekking rondom een dergelijk document, zoals de aanmeldingstermijn en -procedure, de uitvoeringstermijn, inhoud van de RV-toets, de beoordeling, het inzagerecht van de leerling (geadviseerd wordt om daarvoor een procedure op te stellen), maatregelen in geval van onregelmatigheden of ongeoorloofde afwezigheid en de bezwaarprocedure. Voor de inzageprocedure zou men zich kunnen laten inspireren door de handreiking ‘geschil score centraal examen’ van het CvTE.

Gezien de grote waarde die door de rechter, zeker wanneer het om zgn. gebonden beslissingen gaat zoals de bepaling van het eindcijfer door de directeur en de vaststelling van de uitslag van het eindexamen (wel of niet geslaagd) door de directeur en de examensecretaris, is aan te raden dat de school de diverse proceduredocumenten op orde heeft en dat zowel die voorschriften als wettelijke en andere voorschriften worden nageleefd door betrokkenen.

Heeft u een vraag over de dit artikel of behoefte aan advies, bijvoorbeeld bij het opstellen van documenten? Neem dan contact op met onze onderwijsrechtspecialisten Cees Okkerse of Hans Blom. Zij beantwoorden uw vragen graag.

Hans Blom, advocaat onderwijsrecht

Rechtsgebieden

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Rechtsgebieden (niet verwijderen)

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.