ALMERE | LELYSTAD

Coronavirus – wat betekent dit voor jouw onderneming?

036 5346220

Bel elke werkdag tussen 10 en 11 naar ons GRATIS telefonisch spreekuur voor al je vragen over ondernemingsrecht, arbeidsrecht en familierecht 

Gevolgen coronacrisis voor poortwachterstoets en deskundigenoordelen UWV

Aan het eind van de eerste twee ziektejaren, bij de aanvraag van een WIA-uitkering, beoordeelt het UWV de re-integratie-inspanningen van de werkgever. Dat doet het UWV aan de hand van de Werkwijzer Poortwachter. Hoewel dit een interne werkwijzer is, is deze ook voor werkgevers van belang. De Werkwijzer Poortwachter is begin april jl. aangepast in verband met de bijzondere omstandigheden die het gevolg zijn van de maatregelen die zijn getroffen in het kader van de COVID-19-situatie (Addendum versie 2: Wet verbetering Poortwachter i.v.m. COVID-19). De werkwijzer en het addendum zijn beide te vinden op de website van het UWV.

In de eerste plaats wordt getoetst of het re-integratieverslag (RIV) compleet is. Het UWV verwacht van de werkgever dat de administratieve handelingen gewoon worden uitgevoerd, bijvoorbeeld ook wanneer zijn bedrijf als het gevolg van COVID-19-maatregelen gesloten is. Indien het RIV onvolledig is (hetgeen in beginsel kan leiden tot een loonsanctie) dan beoordeelt het UWV, mede op basis van een gemotiveerde schriftelijke uitleg van de werkgever, of dat vanwege de maatregelen in het kader van COVID-19 aanvaardbaar is. De 5-dagentermijn om het RIV te completeren zal met enige coulance worden gehanteerd.

Uitgangspunt van de beoordeling is nog steeds de Werkwijzer Poortwachter. Als de beoordeling van het re-integratieverslag leidt tot de conclusie dat er onvoldoende re-integratie-inspanningen zijn geleverd (hetgeen onder normale omstandigheden zou leiden tot een loonsanctie), dan moet het UWV rekening houden met de maatregelen die genomen zijn in het kader van de COVID-19-situatie. De werkgever zal dan moeten beschrijven hoe de situatie in zijn bedrijf als het gevolg van COVID-19 van invloed is (geweest) op het re-integratieproces of, na het opleggen van een loonsanctie door het UWV, het herstel hiervan. Als voorbeelden kunnen genoemd worden een verplichte bedrijfssluiting in verband met COVID-19 terwijl de werknemer bij de eigen werkgever re-integreert; het fysiek niet kunnen uitoefenen van passend werk door vermindering van werkaanbod of het niet meer kunnen realiseren van voldoende ondersteuning op de werkplek door een opgelegde COVID-19-maatregel. Het UWV beoordeelt de plausibiliteit hiervan. Dreigende betalingsonmacht wordt ook door COVID-19 geen reden om af te zien van een loonsanctie, aldus het UWV.

Omdat de verzekeringsarts als het gevolg van de coronamaatregelen nog maar beperkte onderzoeksmiddelen heeft, worden -als de gegevens van de bedrijfsarts ook nog maar enigszins plausibel zijn- deze als uitgangspunt genomen voor de poortwachterstoets. Het fysieke spreekuur van de verzekeringsarts wordt vervangen door een telefonisch spreekuur. Indien dat laatste onvoldoende informatie oplevert, wordt alsnog uitgegaan van de door de bedrijfsarts beschreven belastbaarheid en vindt de poortwachterstoets op basis daarvan plaats.

Ook bij de beoordeling van een door de werkgever aangevoerde deugdelijke grond voor het niet (voldoende) verrichten van re-integratie-inspanningen, houdt het UWV er rekening mee dat er in verband met COVID-19 situaties kunnen worden benoemd die mogelijk een deugdelijke grond kunnen opleveren. Verder zal het UWV geen loonsanctie opleggen indien de werkgever als het gevolg van COVID-19 zijn tekortkomingen in de re-integratie niet kan herstellen.

Voor het geval een werkgever aan wie een loonsanctie is opgelegd problemen ervaart bij het herstel van zijn tekortkomingen, adviseert het UWV om een gemotiveerd bekortingsverzoek te doen.

Deskundigenonderzoeken in het kader van een deskundigenoordeel zullen zoveel mogelijk op de stukken en op afstand worden uitgevoerd. Indien in het kader van dit onderzoek een fysiek spreekuur bij de verzekeringsarts nodig is, kan het de werkgever bij stagnatie van de re-integratie niet worden verweten dat hij geen deskundigenoordeel heeft aangevraagd. Het ontslaat werkgever en werknemer echter niet van de verplichting om andere wegen te zoeken om de re-integratie zoveel mogelijk voort te zetten, zo merkt het UWV tot slot op.

Uit het bovenstaande blijkt dat het UWV in het kader van de poortwachterstoets rekening houdt met de COVID-19-situatie mits de werkgever beargumenteert waarom die situatie van invloed is geweest op het re-integratieproces of, indien er een loonsanctie is opgelegd, het herstel hiervan.

Heeft u een vraag over dit artikel of over andere arbeidsrechtelijke aspecten van het coronavirus? Neem dan contact op met onze sectie arbeidsrecht. Wij beantwoorden uw vragen graag.

Hans Blom

Rechtsgebieden

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Rechtsgebieden (niet verwijderen)

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.