Geldverstrekker opgelicht in een overwegend internationale setting? Oordeel over rechtsmacht en stelplicht ter zake onrechtmatig handelen

De op de Britse Maagdeneilanden gevestigde rechtspersoon Vickers Holding & Finance Inc sloot met een persoon uit Rusland een overeenkomst van lening, door het ter beschikking stellen van een obligatieportefeuille. Terugbetaling van de lening blijft uit. De Rechtbank Noord‐Holland veroordeelde de lener eerder tot terugbetaling van het equivalent van de waarde van de  obligatieportefeuille, een bedrag van minimaal $ 6.573.414,‐. Daarbij oordeelde de Rechtbank eveneens dat op de lening  overeenkomst Nederlands recht van toepassing is. Ook na die veroordeling blijft betaling uit. Daarop daagt Vickers diverse (rechts‐)personen, die kennelijk alle(n) betrokken waren bij de lener uit Rusland, die zelf geen bekende woon‐ of verblijfplaats meer heeft in Nederland. Vickers stelt dat, door middel van frauduleuze handelingen en allerlei voorzorgsmaatregelen, er voor is gezorgd dat zij onmogelijk de lening terugbetaald kan krijgen. De ter beschikking gestelde gelden verspreidde de lener wereldwijd via spookfacturen en zogenaamde investeringen. De lener heeft op stel en sprong Nederland verlaten en alle activa die hij had  verkocht of meegenomen. Vickers stelt dat ten tijde van het aangaan van de lening nooit de intentie bestond om terug te betalen, zodat de lener een persoonlijk en ernstig verwijt kan worden gemaakt. Vickers stelt verder dat de (6) andere gedaagden allen op slinkse wijze met hem samenspanden en daardoor onrechtmatig handelden. Vickers vordert naast een geldsom inzage in diverse administraties van diverse (buitenlandse) vennootschappen.

Onder andere stelt Vickers dat een gedaagde beschikte over gelden terwijl zij wist dat deze van Vickers afkomstig waren. Zonder over eigen middelen te beschikken werd zij plots eigenaar van een vennootschap, huurde zij een winkel en liet deze verbouwen. Ook kocht zij een stuk land, een bedrijf en een kantoorruimte in Spanje. Vickers stelt dat zij aldus willens en wetens gelden uitgaf en witwaste, wat onrechtmatig is jegens Vickers. Een aangestelde manager handelde ook onrechtmatig, hij werkte innig samen met de lener en bewoog Vickers ertoe om de obligatielening in Dubai ter beschikking te stellen. Diens vrouw handelde  nrechtmatig doordat zij een huis kocht met gelden afkomstig van de lening. De boekhouder van de lener werkte mee aan het wegsluizen van activa en opmaken van valse facturen. De laatste gedaagde trad op als katvanger. Allen handelden onrechtmatig! De rechtbank oordeelt dat meerdere gedaagden in het buitenland woonachtig zijn en dat de vorderingen een internationaal karakter dragen. Artikel 7 RV bepaalt dat indien de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft (bijvoorbeeld via artikel 4 Brussel I Bis) ten aanzien van één van de gedaagden, hem ook rechtsmacht toekomt ten aanzien van de overige gedaagden mits er tussen de onderscheiden vorderingen voldoende samenhang bestaat die gezamenlijke behandeling rechtvaardigen. Daarvan is hier sprake. De Rechtbank komt via artikel 4 lid 1 van de Rome II verordening en het eerdere vonnis van de Rechtbank tot het oordeel dat ook in deze zaak Nederlands recht van toepassing is. Met betrekking tot de grondslag, onrechtmatige daad, van de vorderingen oordeelt de Rechtbank dat de door Vickers gestelde feiten – ondanks dat deze niet zijn betwist (verstek) – niet kunnen leiden tot de conclusie dat gedaagden onrechtmatig hebben gehandeld. De Rechtbank overweegt dat Vickers voornamelijk aannames en vermoedens stelt en algemene conclusies trekt die in het geheel niet zijn onderbouwd. Concrete feiten of omstandigheden waaruit onrechtmatig handelen blijkt zijn niet of nauwelijks gesteld. De weinige feiten die wel concreet genoeg zijn, kwalificeren niet als onrechtmatige handelingen. Aldus voldoet Vickers niet aan haar stelplicht. Voor toewijzing van een vordering ex artikel 843a Rv blijkt niet van voldoende belang, de gevorderde bescheiden zijn daarbij niet voldoende bepaald. De Rechtbank wijst de vorderingen af.

Mr. Robert Lonis, oktober 2017

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.