ALMERE | LELYSTAD

Coronavirus – wat betekent dit voor jouw onderneming?

036 5346220

Bel elke werkdag tussen 10 en 11 naar ons GRATIS telefonisch spreekuur voor al je vragen over ondernemingsrecht, arbeidsrecht en familierecht 

Eerste WHOA akkoord gehomologeerd

Op 19 februari werd door de rechtbank Noord-Holland het eerste akkoord onder de WHOA gehomologeerd (ECLI:NL:RBNHO:2021:1398). In dit korte artikel zal ik de situatie van de ondernemer schetsen, uitleggen welk voorstel is gedaan en ik zal de beoordeling van de rechtbank bij de homologatie toelichten.

Situatie

Het betrof een onderneming in de evenementen-branche. De onderneming hield zich onder meer bezig het realiseren audio-visuele technische producties voor grootschalige (wereldwijde) evenementen.

In 2019 had de onderneming nog 25 werknemers in dienst, een omzet van bijna € 5 miljoen en een positief bedrijfsresultaat. Als gevolg van de COVID-19 pandemie en de door de overheid genomen maatregelen, is de onderneming medio maart 2020 direct stilgevallen. Immers, de evenementen die door de onderneming werden georganiseerd, waren sindsdien niet meer toegestaan.

De onderneming trachtte de kosten te saneren met behulp van een reorganisatie, waarbij onder meer 21 personeelsleden afvloeiden, de huur van het bedrijfspand werd beëindigd en leasecontracten (auto’s en machines) werden beëindigd.

De met de reorganisatie genomen maatregelen bleken niet voldoende. Inmiddels was de schuldenlast al opgelopen naar circa € 1,6 miljoen, verdeeld over 121 schuldeisers. Om die reden deed de onderneming in juni 2020 – dus nog voor de inwerkingtreding van de WHOA – aan de schuldeisers een voorstel. Een aantal schuldeisers stemde tegen, als gevolg waarvan het akkoord niet kon slagen.

Voorstel

Op 1 januari 2021 trad de WHOA in werking. Met die wetenschap in het vooruitzicht, was dat reden genoeg voor de onderneming om op 29 december 2020 een nieuwe poging te ondernemen en de 121 schuldeisers opnieuw een voorstel te doen.

Bij het voorstel werden de 121 schuldeisers opgedeeld in drie klassen, namelijk de preferente crediteuren (bestaande uit de Belastingdienst), de concurrente (handels-)crediteuren en de crediteuren met een retentierecht. Het voorstel hield – kort gezegd – in:

  • preferente crediteuren (De Belastingdienst) krijgen 21% van hun vordering betaald tegen finale kwijting;
  • concurrente crediteuren krijgen 16% van hun vordering betaald tegen finale kwijting;
  • concurrente crediteuren met het retentierecht krijgen € 139.000,- betaald, én voor de restant-vordering wordt zij meegenomen in de klasse van de concurrente schuldeisers;
  • de onderneming verzoekt om beëindiging van een lopende huurovereenkomst (t/m december 2023) voor drie printers. Voor de resterende contractwaarde wordt de verhuurder meegenomen in de klasse van de concurrente schuldeisers.
  • de directeur groot aandeelhouder lost € 50.000,- in op de openstaande rekening-courant schuld;
  • de onderneming verkrijgt een nieuwe financiering bij de bank voor een bedrag van € 350.000,-, waarvoor aan de bank zekerheden worden verstrekt (o.m. pandrecht op de inventaris);

Homologatie

De onderneming heeft de rechtbank verzocht om het verzoek te homologeren, waarbij de onderneming tevens heeft verzocht om toestemming om de huurovereenkomst met één van de crediteuren te beëindigen.

Eén van de crediteuren heeft geprotesteerd tegen het voorstel van de onderneming en meent dat de rechtbank het verzoek om homologatie af dient te wijzen. De redenen die de crediteur daarvoor aanvoert, zijn de volgende:

  • haar facturen dateren van voor de COVID-19 pandemie (januari 2020);
  • de ontvangen NOW-regeling is niet verantwoord;
  • onbekend is wie de crediteuren zijn en wanneer de schulden zijn ontstaan;
  • de rekening-courantvordering dient voor een groter gedeelte terugbetaald te worden door de directeur groot aandeelhouder;
  • de noodzaak voor een akkoord ontbreekt.

De rechtbank stelt vast dat bij de onderneming sprake is van een toestand van dreigende insolventie. Om die reden komt de onderneming een beroep op de WHOA toe. Van algemene én bijzondere afwijzingsgronden is geen sprake. Zo heeft de rechtbank onder meer vastgesteld dat de crediteuren met het akkoord beter af zijn dan bij een vereffening in een faillissement.

De rechtbank wijst het verzoek tot homologatie toe. Ook verleent de rechtbank toestemming om de huurovereenkomst eenzijdig op te zeggen, waarbij een opzegtermijn van drie maanden in ieder geval voldoende wordt bevonden.

Meer weten over de WHOA? Lees verder op https://okkerse-schop.nl/whoa/ Ook kunt u gerust vrijblijvend contact opnemen met één van onze WHOA-specialisten!

Mariska Zentveldt

Rechtsgebieden

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Rechtsgebieden (niet verwijderen)

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.