Een gerechtvaardigde BKR-registratie kan vroegtijdig worden verwijderd

De negatieve BKR registratie is velen een doorn in het oog. Betrokkenen worden in de meeste gevallen geconfronteerd met een registratie op de momenten dat dit het minst gewenst is. Bijvoorbeeld bij de koop van een nieuwe woning. In voorkomende gevallen gaat het om een oude registratie en is de financiële situatie inmiddels ten goede gewijzigd. Een frequent gestelde vraag is of zo een negatieve BKR registratie vroegtijdig, dus voor het verstrijken van de 5-jaarstermijn, kan worden verwijderd. Het antwoord is simpel: ja, in sommige gevallen kan dat. Toch voldoet de partij die de registratie heeft gedaan vaak niet aan een verwijderverzoek. Evenwel, hoeft een weigering om de registratie te laten verwijderen voor betrokkenen niet altijd het eindstation te betekenen.

Indien er om verwijdering van een BKR registratie wordt verzocht, moet er een belangenafweging worden gemaakt. Het doel voor de BKR registratie ligt in het belang van kredietverstrekkers, en de samenleving als geheel, om te worden gewaarschuwd tegen personen die een problematisch kredietverleden hebben. Het belang van een BKR registratie ligt ook in het belang van een betrokkene om te worden beschermd tegen het maken van nieuwe schulden. Dat belang moet worden afgewogen tegen de belangen van betrokkene bij verwijdering van de registratie.

Op 29 mei 2019 heeft de rechtbank Midden-Nederland geoordeeld dat de BKR registratie van een betrokkene moet worden verwijderd, wanneer het doel dat de registratie dient, niet langer opweegt tegen de belangen van de betrokkene bij het verwijderen ervan. De belangenafweging valt in deze zaak in het voordeel van de betrokkene uit. Er is namelijk niet gebleken dat het nodig is om financiële instellingen en/of de maatschappij nog te beschermen tegen het risico dat de betrokkene opnieuw schulden maakt. Kort samengevat is dat oordeel gebaseerd op de volgende omstandigheden:

  • het ontstaan van de voormalige schulden van betrokkene en de oorzaak van het faillissement zijn onder meer gelegen in de financiële crisis die de (eenmansonderneming van) betrokkene in financiële problemen heeft gebracht;
  • er is niet gebleken dat betrokkene door verwijtbaar of lichtvaardig handelen allerlei schulden heeft gemaakt die hij gemakkelijk had kunnen voorkomen;
  • betrokkene is niet opnieuw een onderneming gestart, maar werkt al jaren in loondienst waardoor hij over een vast inkomen beschikt;
  • betrokkene heeft zich nadat het faillissement in 2013 was uitgesproken ingezet om een schuldenakkoord te kunnen bereiken. Dat deed betrokkene door in loondienst te treden om geld te kunnen sparen zodat hij zijn schuldeisers (deels) kon betalen. Het feit dat het schuldenakkoord in 2018 is bereikt, maakt dat de BKR registratie vanaf dat moment vijf jaar lang zichtbaar blijven. De rechtbank vindt dat een extreem lange periode, nu het gaat om schulden uit 2013;
  • betrokkene heeft na het faillissement geen nieuwe schulden gemaakt.

De rechtbank oordeelt dat de wederpartijen de BKR registratie moeten laten verwijderen door het BKR.

Bekijk hier de uitspraak.

Cathy Brocklebank

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Rechtsgebieden (niet verwijderen)

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.