De ‘’Wet civielrechtelijk bestuursverbod’’ treedt binnenkort in werking

De Eerste Kamer is op 5 april 2016 akkoord gegaan met het wetsvoorstel ‘’Civielrechtelijk bestuursverbod’’. De curator in een faillissement en het openbaar ministerie kunnen de rechtbank verzoeken om een bestuursverbod op te leggen aan een bestuurder die faillissementsfraude pleegt of zich schuldig heeft gemaakt aan wangedrag in aanloop naar een faillissement.

Indien een bestuursverbod wordt opgelegd door de rechtbank, mag de bestuurder gedurende (maximaal) een periode van vijf jaar niet tot bestuurder of commissaris van een rechtspersoon worden benoemd. Een dergelijk bestuursverbod wordt geregistreerd bij het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en is dus voor eenieder te raadplegen.

De wetgever wil hiermee faillissementsfraude en onregelmatigheden rondom een faillissement een halt toeroepen en daarnaast voorkomen dat frauduleuze bestuurders hun activiteiten kunnen voortzetten. Het verbod kan worden opgelegd indien er sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Daarvan is sprake in de volgende gevallen:

–    Indien is voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor bestuurdersaansprakelijkheid van de artikelen 2:138/2:248 lid 1 BW
–    Indien er paulianeuze rechtshandelingen zijn verricht die hebben geleid tot benadeling van één of meerdere schuldeisers
–    Wanneer de bestuurder in ernstige mate tekortschiet in zijn informatie- en medewerkingsverplichtingen jegens de curator
–    Indien de bestuurder in drie jaar voorafgaand aan het faillissement tweemaal betrokken is geweest bij een ander faillissement
–    Er een fiscale vergrijpboete is opgelegd

Indien een van voornoemde gronden zich voordoet, dient de bestuurder die het opleggen van een bestuursverbod wil voorkomen, te bewijzen dat het kennelijk onbehoorlijk bestuur niet aan hem te wijten is en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen af te wenden. Indien de bestuurder daar niet in slaagt, kan de rechtbank een bestuursverbod opleggen van maximaal vijf jaren.

De verwachting is dat de wet per 1 juli 2016 in werking zal treden.

Voor meer informatie over het wetsvoorstel:
https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34011_wet_civielrechtelijk

Mirjam Davelaar – sectie insolventierecht mei 2016

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.