Belangenorganisatie niet‐ontvankelijk, bestuursrechtelijke rechtsgang met voldoende waarborgen omkleed

Smartnewz AR 2018/4297

Uit diverse internationale en nationale regelgeving vloeien voor de levensmiddelenindustrie verplichtingen voort die samenhangen met (de controle op) hygiëne en de volksgezondheid. Specifieke voorschriften voor de organisatie van officiële controles van producten van dierlijke oorsprong zijn neergelegd in EU verordening 854/2004, terwijl de Wet Dieren op nationaal niveau voorziet in het regelgevend kader voor de uitvoering van deze verplichtingen.

De exploitanten van levensmiddelen‐ en diervoerderbedrijven zijn primair verantwoordelijk voor de naleving van hygiënevoorschriften. Deze zijn onder meer uitgewerkt in de Hazard Analysis and Critical Control Points procedures (HACCP). COV behartigt de belangen van bedrijven in de vlees‐ en vleesbewerkende sector in het algemeen en die van haar leden in het bijzonder. De Nederlandse Voedsel‐ en Warenautoriteit (NVWA) is belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens de Wet Dieren gestelde regels en daarmee ook de bevoegde autoriteit belast met het toezicht op naleving van de communautaire regels. Deze omvatten onder meer keuringen rondom (voor en na) de slacht van dieren. Deze keuringen zijn onder meer gericht op het tegengaan/ontdekken van fecale bezoedelingen (zichtbare verontreiniging die afkomstig lijkt uit de maagdarmtractus).

NVWA stelt regelmatig handhavingsprotocollen vast met daaraan verbonden een sanctiesysteem in geval van overtreding. Bij dagvaarding vordert COV verklaringen voor recht dat zowel het protocol als de daarop gebaseerde (tussen)controle wegens strijd met de levensmiddelenwetgeving onrechtmatig en daardoor onverbindend is. Ook zou een en ander strijdig zijn met Europese regelgeving en niet proportioneel zijn.

In eerste aanleg verklaart de Rechtbank COV niet ontvankelijk. Het Hof verwijst naar jurisprudentie van de Hoge Raad (Staat/Vreemdelingenorganisaties ECLI:NL:HR:2010:BM2314; Staat/Privacy First ECLI:NL:HR:2015:1296; SCAU/Universiteiten ECLI:NL:HR:2016:1049). Wanneer een met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat voor een partij wordt met het oog op een behoorlijke taakverdeling tussen de bestuursrechter en de burgerlijke rechter aangenomen dat geen taak voor de burgerlijke rechter (meer) is weggelegd. Dit geldt in het bijzonder wanneer het individu voldoende rechtsbescherming geniet, bijvoorbeeld wanneer het omstreden voorschrift eerst tot toepassing komt door een besluit dat voor bezwaar en beroep vatbaar is, behoudens de gevallen waarin een voorziening bij voorraad niet door de bestuursrechter kan worden getroffen. In gevallen waarin de rechtsbescherming van individuen is opgedragen aan de bestuursrechter, kan de enkele bundeling van hun belangen door een rechtspersoon niet ertoe leiden dat voor die rechtspersoon een beroep op artikel 3:305a BW mogelijk wordt en de gang naar de burgerlijke rechter alsnog komt open te staan, ook niet als de belangenorganisatie niet slechts opkomt voor de (gebundelde) belangen van een bepaald of bepaalbaar aantal individuele personen, maar ook voor het algemeen belang van de rechten van een grotere groep van personen die diffuus en onbepaald is. Op deze hoofdregel wordt enerzijds een uitzondering gemaakt in de situatie dat de desbetreffende rechtspersoon een eigen belang náást dat van de betrokken individuen stelt waarvan die individuen niet bij de bestuursrechter kunnen opkomen en anderzijds indien het individu rechtstreeks in zijn belang getroffen wordt door een gewraakt algemeen verbindende voorschrift. In deze kwestie staat niet ter discussie dat een met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat tegen elk concreet besluit dat op basis van het handhavingsprotocol wordt genomen.

De enkele bundeling van de belangen van haar leden door COV kan er niet toe leiden dat aldus een beroep op artikel 3:305a BW mogelijk wordt en de weg naar de burgerlijke rechter alsnog open staat. Het door COV gestelde eigen belang is slechts een afgeleid belang. Het Hof bekrachtigt het vonnis van de Rechtbank.

Robert Lonis

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.