Homostel moet baby na twee weken weer afstaan aan draagmoeder nadat haar man toch de biologische vader blijkt te zijn

Het was volop in het nieuws: een homostel koos ervoor om via een draagmoeder hun kinderwens te vervullen. De vrouw verrichte de inseminatiebehandeling zelf met zaad van een van het stel. Van tevoren was overeengekomen dat de vrouw in deze periode beschermde gemeenschap zou hebben met haar eigen echtgenoot. Ook was afgesproken dat na de geboorte wel een DNA-test zou worden afgenomen. 8 mei 2017 werd de baby geboren, de twee vaders waren aanwezig bij de bevalling.

17 mei jl. werd de uitslag van de DNA-test bekend: de echtgenoot van de vrouw bleek toch de biologische vader te zijn van het kindje: een complete verrassing! Dit was voor de draagmoeder reden om de baby zelf te willen houden. Op 19 mei vond een zitting plaats, die reeds ingepland stond om het toezicht voor de baby definitief vast te leggen, bij de rechtbank Almelo. Hierbij waren tevens vertegenwoordigers van de Raad voor de Kinderbescherming en Jeugdzorg aanwezig. De rechter bepaalde dat de baby nog een nacht bij het stel mocht blijven en dat Jeugdzorg haar de volgende dag op zou komen halen.

Hoe treurig ook, juridisch heeft het stel amper een poot om op te staan, omdat ze op geen enkele wijze vader zijn geworden van de baby. Je kunt biologisch ouder zijn door een kind te baren of verwekken. De mannen, althans een van hen verkeerde in de veronderstelling biologisch vader te zijn, maar uit de DNA-test bleek dat dat niet het geval was. Vaderschap ontstaat ook in het geval van een zaaddonor. Als uit de test wel was gebleken dat een van hen de biologische vader was, had dit gerechtelijk vastgesteld kunnen worden. Over deze procedure kunt u meer lezen op de website rechtspraak.nl.

Vaderschap ontstaat ook wanneer een kind tijdens een huwelijk of geregistreerd partnerschap wordt geboren. Dat was in deze zaak dus het geval voor de echtgenoot van de draagmoeder. Omdat zij (de vrouw) getrouwd was, kon het stel de baby ook niet voor de geboorte erkennen.

Als de vrouw niet getrouwd zou zijn had (een van) het stel de baby wel kunnen erkennen. Iets wat vaak door de biologische vader van een kind wordt gedaan wanneer hij niet met de biologische moeder is getrouwd of een geregistreerd partnerschap heeft gesloten.

Tot slot is er de mogelijkheid een kind te adopteren. Dat is in deze zaak alleen mogelijk als de biologische ouders van de baby bereid zijn haar af te staan en dat lijkt dus niet het geval te zijn.

Als de draagmoeder zich niet had bedacht, had het stel de Raad voor de Kinderbescherming toestemming moeten vragen om het kind gelijk na de geboorte in huis te mogen nemen.

Mocht u meer willen weten over dit onderwerp, dan kunt u daarvoor contact opnemen met onze sectie personen- en familierecht.

Mr. Marleen Falkena – sectie personen- en familierecht – mei 2017

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.