Het gelijktijdig leggen van beslag onder verschillende banken; tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door de gerechtsdeurwaarder?

Naast het betekenen van processtukken is de gerechtsdeurwaarder vaak ook belast met het tenuitvoerleggen van vonnissen. Hierbij kan de gerechtsdeurwaarder beslag leggen. Beslag kan rechtstreeks worden gelegd op goederen van de schuldenaar maar er kan ook beslag worden gelegd onder derden, bijvoorbeeld de bank. Dit wordt ‘’bankbeslag’’ genoemd.

In een recente beslissing*  van het Gerechtshof Amsterdam was de vraag voorgelegd of een gerechtsdeurwaarder gelijktijdig onder meerdere banken beslag kon leggen. De feiten waren als volgt. Een schuldenaar was door de kantonrechter in Nijmegen veroordeeld tot voldoening van een vordering van zijn schuldeiser. De gerechtsdeurwaarders in deze kwestie waren belast met de executie van dit vonnis. Betalingsregelingen werden door de schuldenaar niet nagekomen en vervolgens werd beslag onder de Belastingdienst gelegd. De vordering van de schuldeiser was echter nog niet geheel voldaan, ook niet nadat de gerechtsdeurwaarders de schuldenaar verschillende keren hadden verzocht om te betalen.

Vervolgens hebben de gerechtsdeurwaarders in augustus 2013 ten laste van schuldenaar beslag gelegd onder drie verschillende banken, te weten ABN AMRO Bank, de ING Bank en de SNS Bank. Als reactie hierop heeft de schuldenaar een klacht ingediend bij de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders (hierna: de kamer) te Amsterdam. Die klacht vond gehoor.

De kamer toetst aan de hand van het voor de deurwaarders geldende tuchtrecht of een gerechtsdeurwaarder verwijtbaar heeft gehandeld. De kamer kan een maatregel opleggen aan de betreffende gerechtsdeurwaarder indien zij van oordeel is dat de gerechtsdeurwaarder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

De schuldenaar verweet de gerechtsdeurwaarders in strijd te hebben gehandeld met artikel 10 van de Verordening beroeps- en gedragsregels gerechtsdeurwaarders (hierna: de Verordening) door gelijktijdig onder drie banken beslag te leggen, zonder dat de gerechtsdeurwaarders een gerechtvaardigd vermoeden hadden dat de schuldenaar bij die banken een rekening aanhield. Door deze beslagen is de schuldenaar bovendien € 105,- verschuldigd aan zijn eigen bank. Artikel 10 van de Verordening bepaalt dat een gerechtsdeurwaarder nauwgezet en zorgvuldig moet handelen in financiële aangelegenheden en geen onnodige kosten mag maken.

De kamer oordeelde dat de gerechtsdeurwaarders tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld en heeft een maatregel opgelegd. In hoger beroep bleef het oordeel dat tuchtrechtelijk verwijtbaar was gehandeld, gehandhaafd.

Conclusie is dat als uitgangspunt geldt dat het niet is toegestaan om gelijktijdig onder meerdere banken beslag te leggen zonder dat er een gerechtvaardigd vermoeden bestaat dat iemand een rekening houdt bij die banken. Een gerechtsdeurwaarder zal in beginsel alleen beslag mogen leggen als hij het redelijke vermoeden heeft dat het beslag doel zal treffen.

Onder bijzondere omstandigheden kan het leggen van meer bankbeslagen, zonder dat een gerechtvaardigd vermoeden bestaat dat de schuldenaar bij die banken een rekening aanhoudt, toelaatbaar zijn. Er moet dan wel worden voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. In het onderhavige geval was niet aan dat laatste vereiste voldaan. Volgens het hof hadden de gerechtsdeurwaarders bijvoorbeeld ook beslag kunnen leggen op roerende zaken, hetgeen zij hebben nagelaten. Een beslag op roerende zaken had volgens het hof de voorkeur omdat de kosten daarvan lager liggen dan een bankbeslag. Hierbij neemt het hof ook in acht dat er bij het beslag op roerende zaken persoonlijk contact plaatsvindt tussen een schuldenaar en de gerechtsdeurwaarder, waarbij eventuele misverstanden kunnen worden opgehelderd en eventuele betalingsregelingen kunnen worden overeengekomen.

Omdat de eis van subsidiariteit niet in acht was genomen, betekende dit volgens het hof dat de gerechtsdeurwaarders een tuchtrechtelijk verwijt viel te maken van het leggen van meerdere bankbeslagen ten laste van de schuldenaar.

Indien u vragen heeft over het tenuitvoerleggen van een vonnis en/of over het leggen van beslag, dan kunt u gerust vrijblijvend contact opnemen via 036-5346220.

mr. Mirjam Davelaar – sectie ondernemingsrecht – maart 2016

[*] Gerechtshof Amsterdam, 28
juli 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:3081

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.