Het geld zit ‘m in de stenen, met een broedertwist over miljoenen tot gevolg

Vier broers houden gezamenlijk en in gelijke percentages de aandelen – via beheervennootschappen ‐ van ‘Holding’. Een van de werkmaatschappijen daarvan handelt in stenen voor waterbouwkundige werken. Over deze vennootschap, een Handelsmaatschappij, heeft één van hen feitelijk en gedurende lange tijd de leiding. Hij trok steeds de kar , de vennootschap is volledig afhankelijk van zijn alom bekende en gerespecteerde persoon. Zijn zoon is in dienst van één van de zustermaatschappijen. Het rommelt al enige tijd binnen de muren van het concern. Ruim 60% van de binnen het concern gegenereerde omzet komt van de activiteiten van de Handelsmaatschappij. Zowel vader als zoon zeggen hun overeenkomsten op met de respectievelijke concernvennootschappen. Enige tijd na hun vertrek richten zij Roxx op, een onafhankelijk handelsbedrijf met ervaring op het gebied van productie en levering van weg‐ en waterbouwmaterialen. De 3 andere broers leggen via het concern beslag onder vader en zoon voor een totaalbedrag van ruim € 8,5 miljoen. Het verwijt is dat hun broer geen orderadministratie heeft bijgehouden en niet heeft zorg gedragen voor overdracht van zijn bestuur. Het vertrek is minutieus voorbereid, hetgeen blijkt uit verwijdering van E‐mailfolders en het door de zoon aan zijn privémail zenden van gegevens van relaties en het zowel voor als na het vertrek op stelselmatige wijze benaderen van relaties ten behoeve van nieuwe activiteiten.

In eerste aanleg verleent de voorzieningenrechter verlof tot beslaglegging. Het onder derden gelegde beslag kleeft en wel tot een  bedrag van ruim € 4 miljoen. De onroerende zaken van vader en zoon liggen onder beslag daarnaast ligt bewijsbeslag onder diverse partijen. De voorzieningenrechter overweegt dat niet onaannemelijk is dat er onrechtmatig is gehandeld en dat daardoor schade is geleden. Vader en zoon maken volgens hem niet aannemelijk dat de vorderingen waarvoor beslag is gelegd summierlijk onaannemelijk zijn. De voorzieningenrechter handhaaft de meeste beslagen maar het beslag op privérekeningen beoordeelt hij
als vexatoir omdat daardoor de voorziening in het levensonderhoud in het gedrang komt. Ook beslag onder twee vennootschappen heft hij op wegens gevaar voor het voortbestaan van de ondernemingen. Vervolgens heft de voorzieningenrechter een aantal concreet genoemde, maar niet alle, beslagen op. Vader en zoon stellen beroep in ex artikel 705 lid 2 RV, echter (nadrukkelijk!) niet van het oordeel omtrent onrechtmatig handelen dan wel wan presteren. Wel grieven zij tegen het niet opheffen van alle beslagen. Het Hof oordeelt dat, hoewel vader en zoon kenbaar hun rechten voorbehouden, nu niet tegen dit oordeel van de voorzieningenrechter is opgekomen, de vordering tot opheffing niet op die grond kan worden toegewezen. Verder oordeelt het Hof dat het – met inachtneming van de beperkingen in Kort Geding – aan appellanten is om aannemelijk te maken dat het voortduren van beslag niet rechtvaardig is. Het Hof oordeelt voorts dat een juiste lezing van rechtsoverwegingen leidt tot de conclusie dat de voorzieningenrechter beslagen opheft voor zover daarmee levensonderhoud of voortbestaan van de ondernemingen in het gedrang zou komen. De broers tonen aan dat beslag op rekeningen met (voldoende) saldo is opgeheven, appellanten hebben onvoldoende onderbouwd dat de door de voorzieningenrechter gestelde doelen van opheffing niet zijn bereikt. Het Hof acht een termijn van vijf jaren voor het bepalen van de schadeomvang disproportioneel. Verwacht mag worden dat (het bestuur van) een levensvatbare onderneming binnen twee jaren een opvolger vindt en deze volledig inwerkt. De
hoofdsom vermindert het Hof onder andere daarom tot € 3.088.775,17. Op grond van artikel 6:102 BW rust de verplichting op appellanten gezamenlijk tot vergoeding van dezelfde schade als gevolg van onrechtmatig handelen/wanpresteren. Niet blijkt dat een van beiden een door het beslag getroffen vermogen heeft van minimaal dat bedrag, er is geen grond om enig beslag dan op te heffen.

Mr. Robert Lonis – januari 2017

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Vestiging Almere​

Versterkerstraat 4B
Postbus 10058
1301 AB Almere

T: 036 5346220 F: 036 5345984
E: advocaten@okkerse-schop.nl

Vestiging Lelystad

Zilverparkkade 6
Postbus 155
8200 AD Lelystad

T: 0320 289888 F: 0320 220155
E: advocaten@okkerse-schop.nl

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.