Bezuinigen op verzekeringspremies valt duur uit

Bezuinigen op verzekeringspremies valt duur uit voor transportbedrijf die assurantietussenpersonen liet concurreren op prijs

Een transportbedrijf met een eigen wagenpark en eigen chauffeurs in dienst sluit haar verzekeringen graag af tegen de laagst mogelijke premie. Daarbij maakt zij gebruik van twee assurantietussenpersonen: Rabobank en Meeùs. Het transportbedrijf verzocht beide tussenpersonen offertes uit te brengen, zodat er sprake zou zijn van optimale prijsvorming. Voor schade als gevolg van eenzijdige ongevallen kon het transportbedrijf kiezen uit de Schadeverzekering inzittenden (SVI) en de Werkgeversaansprakelijkheid Motorrijtuigen (WEGAM). Het transportbedrijf koos altijd voor deze laatste. Via Meeùs liep lange tijd een wagenparkverzekering zonder SVI‐dekking bij Achmea en een WEGAM polis bij Turien. Na een verzoek nieuwe offertes uit te brengen, komt Nationale Nederlanden met een scherpe offerte. Meeùs leidt berichtgeving door waarin is vermeld dat de SVI niet in de premie is meegenomen, dat zou € 30,‐ per voertuig extra kosten. Enige tijd later beëindigt de Rabobank namens het transportbedrijf de WEGAM‐verzekering, in plaats daarvan sluit zij een Bedrijven Compact Polis bij Interpolis. Deze polis verzekert tevens het WEGAM‐risico, maar alleen als het kentekenbewijs van het motorvoertuig waarmee schade wordt geleden niet op naam van het transportbedrijf staat. Aan Rabobank werd voorgehouden dat het transportbedrijf ook een SVI‐dekking had. Een chauffeur raakt betrokken bij een eenzijdig ongeval en lijdt schade. Hij stelt het transportbedrijf aansprakelijk.

Het transportbedrijf probeert de schade te verhalen op Nationale Nederlanden enerzijds en de assurantietussenpersonen anderzijds. Volgens het transportbedrijf bestond er bij NN wel SVI‐dekking omdat dit werd vermeld in de collectieve contractenafspraken ter zake het wagenpark. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de collectieve contractafspraken als polis worden aangemerkt en leveren deze als zodanig dwingend bewijs op. Dat bewijs ontkracht NN door aannemelijk te maken – door het overleggen van correspondentie ‐ dat partijen SVI‐dekking niet zijn overeengekomen. Nationale Nederlanden mocht er voorts op vertrouwen dat Meeùs met het transportbedrijf besprak welke vorm van dekking wenselijk was en erop toezag dat die dekking vervolgens ook werd verkregen. Ook had het transportbedrijf andere mogelijkheden om risico’s voor haar chauffeurs af te dekken en werd zij bijgestaan door twee professionele partijen. Daarom rustte er op Nationale Nederlanden geen verplichting haar ervoor te waarschuwen dat zij niet koos voor SVI‐dekking. In het licht van de omstandigheden van het geval, Meeùs was immers bekend met de eerder gesloten WEGAM‐polis, oordeelt de rechtbank dat Meeùs niet kan worden verweten dat zij er niet voor heeft gezorgd dat de (overgesloten) wagenparkverzekering SVI‐dekking ‐ welke optie zij wel had aangeboden ‐ zou bieden. Ter zitting komt vervolgens vast te staan dat het transportbedrijf voorafgaand aan het oversluiten van de WEGAM‐verzekering, eind 2012, uitdrukkelijk heeft verteld dat zij beschikte over een SVI. Rabobank mocht van deze mededeling, nota bene van een professioneel transportbedrijf, uitgaan. De rechtbank oordeel dat in een geval als het onderhavige, waarbij twee of meerdere  assurantie-tussenpersonen zijn ingeschakeld, van de afzonderlijke partijen niet een grotere oplettendheid kan worden verwacht. In zo’n situatie rust veeleer een grotere verantwoordelijkheid op de verzekerde om ervoor te zorgen dat de tussenpersonen goed worden geïnformeerd over de omvang van de dekking van de verzekeringen waarbij de andere tussenpersoon niet heeft bemiddeld. De zorgplicht van de assurantietussenpersoon gaat in het algemeen niet zo ver dat hij moet controleren of de informatie die zijn klant hem verstrekt wel juist is. De gevolgen van een eigen vergissing kan het transportbedrijf niet afwentelen op de tussenpersoon, de rechtbank wijst de vorderingen af.

mr. Robert Lonis

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Vestiging Almere​

Versterkerstraat 4B
Postbus 10058
1301 AB Almere

T: 036 5346220 F: 036 5345984
E: advocaten@okkerse-schop.nl

Vestiging Lelystad

Zilverparkkade 6
Postbus 155
8200 AD Lelystad

T: 0320 289888 F: 0320 220155
E: advocaten@okkerse-schop.nl

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.