Bewust misleidende zekerheidsstelling; aansprakelijkheid bestuurder vennootschap wegens onrechtmatige daad

Een bestuurder geeft een in rechte aanhangige sterke vordering in zekerheid aan het UWV. Achteraf blijkt deze vordering op het moment van zekerheidsstelling al te zijn afgewezen door de rechtbank. Het UWV komt daar pas zeer laat achter. Aansprakelijkstelling van bestuurder en diens advocaat volgt. In eerste aanleg worden de vorderingen afgewezen, na cassatie en verwijzing luidt het oordeel alsnog dat het handelen van de bestuurder onrechtmatig was.

De vraag is aan de orde gesteld of de bestuurder zich in de gegeven omstandigheden persoonlijk (verwijtbaar) schuldig maakte aan onrechtmatige daad en of het UWV daar dan schade door heeft geleden. De rechtbank in eerste aanleg wijst de vorderingen van het UWV af, in appél bekrachtigd het Hof. Tussen een eventuele aansprakelijkheid en de gevorderde schade bestaat geen causaal verband. De Hoge Raad casseert en verwijst naar het Hof Amsterdam. Het verschaffen van een pandrecht laat zich niet anders verklaren dan dat het bedoeld was om te voorkomen dat het UWV de incasso zou voortzetten. Het karakteriseren van de vordering als aanhangig en redelijk kansrijk voor toewijzing. Het UWV werd aldus bewogen om af te zien van verdere incassomaatregelen, terwijl er reeds een afwijzend vonnis lag. Het Hof neemt aan dat indien het UWV niet op het verkeerde been zou zijn gezet, er geen schade zou zijn geleden omdat in dat geval tot verhaal van de vordering zou zijn overgegaan. Dat het UWV eerder had kunnen informeren naar de uitkomst van de procedure van de vennootschap, zodat de vorderingen op grond van de destijds geldende wetgeving niet zouden zijn verjaard, levert geen eigen schuld op voor het UWV. Op grond van de omstandigheden van het geval volgt dat het pandrecht slechts aan het UWV is verstrekt met het doel het UWV te misleiden met betrekking tot verhaalsmogelijkheden op de vennootschap. De schade is een gevolg van voortdurende misleiding. Het Hof vernietigd het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de bestuurder tot schadevergoeding, bestaande uit het restant van de
onbetaald gebleven werkgeverspremies vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2008.

Mr. Robert Lonis, maart 2017

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Vestiging Almere​

Versterkerstraat 4B
Postbus 10058
1301 AB Almere

T: 036 5346220 F: 036 5345984
E: advocaten@okkerse-schop.nl

Vestiging Lelystad

Zilverparkkade 6
Postbus 155
8200 AD Lelystad

T: 0320 289888 F: 0320 220155
E: advocaten@okkerse-schop.nl

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.