Automobilist niet aansprakelijk na val fietser

Automobilist niet aansprakelijk na val fietser. Geen aanrijding, overmacht aannemelijk gemaakt

Een Duits stel fietst tijdens hun vakantie over een smalle weg nabij Schoorl. De weg is dan nog niet voorzien van (onderbroken) strepen. Het stel rijdt op mountainbikes, de man voorop, de vrouw, die lerares is, er achteraan. In de weg is een bocht waarbij het zicht op tegemoetkomend verkeer volledig wordt belemmerd door begroeiing. Het stel fietst daar sportief (redelijk snel) op af. Van de andere kant nadert een Nederlands stel in een Fiat 500 de bocht. Hun snelheid is laag, zij verklaren met ongeveer 15 km per uur de bocht te hebben genaderd. De man passeert de auto rechts, dus op zijn eigen weghelft. De vrouw lijkt de auto pas laat op te
merken. Als zij de auto ziet schrikt zij en remt krachtig. Ook gooit ze haar stuur om naar rechts. Vervolgens valt zij van haar fiets op het asfalt. Alleen haar rugzak raakt de auto, die dan inmiddels stil staat. Haar situatie lijkt mee te vallen, de bestuurder van de auto brengt de vrouw naar haar vakantiehuis. Later gaat de vrouw alsnog naar het ziekenhuis, haar pols blijkt gebroken evenals haar onderbeen en wel op twee plaatsen. Als gevolg van haar val kan de vrouw haar werk als lerares – na een re‐integratietraject – niet meer aan en is zij in behandeling voor een posttraumatisch stresssyndroom.

De vrouw vordert een verklaring voor recht dat de automobilist aansprakelijk is voor de schade. De basis voor die vordering ligt in artikel 185 lid 1 Wegenverkeerswet, die bepaalt als volgt: “Indien een motorrijtuig waarmee op de weg wordt gereden, betrokken is bij een verkeersongeval waardoor schade wordt toegebracht aan, niet door dat motorrijtuig vervoerde, personen of zaken, is de eigenaar van het motorrijtuig (…) verplicht om die schade te vergoeden, tenzij aannemelijk is dat het ongeval is te wijten aan overmacht (…).” Hoewel er geen aanrijding met de auto plaatsvond, was deze wel “betrokken” bij het ongeval, zodat deze bepaling van toepassing is. Het uitgangspunt is daarom aansprakelijkheid van de automobilist, tenzij deze aannemelijk maakt dat het ongeval te wijten is aan overmacht. In het kader van de behandeling worden diverse personen onder ede gehoord. De verklaringen zijn grotendeels gelijkluidend, maar wijken op enige punten – in het bijzonder over de plaats van het voertuig op de smalle weg – ook af. Er vindt een decente plaats om nader inzicht te verwerven. De verklaringen van het Duitse stel gaan uit van een positie van de auto op hun weghelft. Het Nederlandse stel verklaart dat zij op hun eigen weghelft reden, zodat er voldoende ruimte was
voor tegemoet komend verkeer om te passeren. De man kon dat ook gewoon. De rechter stelt vast dat het een openbare weg betreft, open voor alle verkeer, waar een maximum snelheid geldt van 50 km/h. De automobilist kan, gezien de situatie ter plaatse, de fietsers niet hebben gezien. Hij reed langzaam de bocht in, naar het oordeel van de Rechtbank bracht de automobilist met 15 km/h zijn snelheid voldoende terug. De stelling van de advocaat van de fietsers dat de automobilist stil moest gaan staan, volgt de rechter niet. Het is voldoende als de snelheid gepast is teruggebracht. Over de positie van de auto oordeelt de rechter dat de verklaring van de man, die de auto kon passeren, niet strookt met de plaats waar de vrouw en haar fiets na de val op het asfalt waren terechtgekomen. Die plek duidt er op dat er voldoende afstand was om te passeren. Het lijkt er op dat de schrik bij de vrouw tot haar val leidde, waarmee de rechter tot het oordeel komt dat aan de automobilist rechtens geen verwijt valt te maken. Het beroep op overmacht slaagt, de rechter wijst de vorderingen van de Duitse af en veroordeelt haar in de kosten van het geding.

mr. Robert Lonis

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Vestiging Almere​

Versterkerstraat 4B
Postbus 10058
1301 AB Almere

T: 036 5346220 F: 036 5345984
E: advocaten@okkerse-schop.nl

Vestiging Lelystad

Zilverparkkade 6
Postbus 155
8200 AD Lelystad

T: 0320 289888 F: 0320 220155
E: advocaten@okkerse-schop.nl

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.