Aansprakelijkheid voor onrechtmatig handelen in groepsverband op criteria strafrechtelijk oordeel, goed voor 20 miljoen Euro.

Smartnewz AR 2016/3590
Rechtbank Noord‐Holland, 30 november 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:9877
Op SmartNewz sinds: 1 december 2016

De directeur van Woningbouwvereniging SGBB, inmiddels opgegaan in Stichting Vestia Groep, heeft een groot aantal transacties verricht met een aantal vennootschappen gelieerd aan één persoon. Boven deze groep vennootschappen hangt een Holding, met als bestuurder de toenmalige echtgenote van deze ene persoon. Onderzoek verricht op last van het ministerie van VROM leidde tot strafrechtelijk onderzoek, vervolging en uiteindelijk veroordeling wegens oplichting en andere feiten van diverse betrokken, maar niet van de echtgenote. De strafrechter oordeelt dat de directeur en de feitelijk leidinggevende handlangers en oprichters van een criminele organisatie zijn, een gestructureerd samenwerkingsverband waar deelnemers in een duurzame onderlinge samenwerking participeerden, gericht op het onttrekken van gelden aan het vermogen van SGBB (oplichting). Het verdelen van deze gelden onder elkaar door middel van valsheid in geschrift en witwassen gebeurde volgens een vast patroon. Vestia vordert vergoeding van bijna € 20 miljoen op grond van onrechtmatig handelen in groepsverband, mede onderbouwd met de in de strafzaken gevelde oordelen. Vestia verwijt de echtgenote die voor miljoenen onroerend goed op naam kreeg, als statutair bestuurder, niet zorgvuldig handelen en het niet nemen van verantwoordelijkheid. Een passieve houding, nalaten kritische vragen te stellen en het volledig uit handen geven van haar bestuurstaak levert volgens Vestia onbehoorlijk bestuur op.

De feitelijk leidinggevende is strafrechtelijk veroordeeld. Gelet op de strafrechtelijke oordelen worden de stellingen van SGBB, als onvoldoende weersproken, als feit aangenomen. Men is doelbewust transacties aangegaan met het oogmerk om daar privé aan te verdienen. De samenwerking in groepsverband was gericht op toebrengen van vermogensschade. Wetenschap van de kans op schade is dan aanwezig. De mogelijkheid van individuele aansprakelijkheid voor gedragingen van andere groepsleden volgt uit artikel 6:166 BW en wordt gevestigd indien een (rechts‐)persoon deelneemt aan gedragingen in groepsverband. Aansprakelijkheid op deze grond kan alleen worden aangenomen indien de aangesprokene weet of behoort te begrijpen dat het groepsoptreden gevaar schept voor het ontstaan van in concreto opkomende schade. De overwegingen van de strafrechter bevestigen een patroonmatig karakter van de in de strafzaak onderzochte transacties. De beschrijving van feiten door Vestia toont aan dat dit patroon ook in andere transacties zichtbaar is. Voordeel trekken uit het stelselmatig oplichten van SGBB is volgens de rechtbank de drijfveer die ten grondslag lag aan het groepshandelen en onrechtmatig. De holding is aansprakelijk, zij heeft vennootschappen bestuurd die onrechtmatig hebben gehandeld en zij zich heeft laten gebruiken als vehikel bij de oplichting van SGBB en daarbij lid van de groep waarmee de oplichting gestalte werd gegeven. De vordering van Vestia is toewijsbaar. De statutair bestuurder is niet strafrechtelijk veroordeeld. Het groepshandelen en het vermoeden dat zij op de hoogte was van de gang van zaken is niet voldoende om aansprakelijkheid aan te nemen. Het gebrek aan toezicht en kritische opstelling jegens haar dominante echtgenoot wel, al vallen deze fouten in het niet bij het gebrek aan (effectief) toezicht door SGBB als corporatie. De rechtbank neemt daarom eigen schuld aan en matigt de vordering jegens haar tot een nader vast te stellen bedrag. Het is maatschappelijk niet aanvaardbaar dat nog aanwezig en uit misdrijf verkregen voordeel zou mogen worden behouden.

Mr. Robert Lonis – november 2016

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Okkerse & Schop Advocaten maakt voor deze website gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Cookies zijn kleine digitale tekstbestanden die in de browser worden geplaatst bij het bezoek aan een website. Okkerse & Schop Advocaten gebruikt functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren. Analytische cookies worden gebruikt om het websitegebruik te analyseren en de website te verbeteren. Met het gebruik van functionele cookies en analytische cookies worden geen persoonsgegevens verwerkt. U kunt uw cookievoorkeuren op ieder moment aanpassen door de instellingen van de browser te wijzigen. Raadpleeg ons privacy- en cookie statement voor meer informatie.